ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3260
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Dam
- L.T. Wemes
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Leeuwarden dat de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel betrof. Verdachte was eerder veroordeeld voor medeplegen van overtreding van de Opiumwet met betrekking tot een hennepkwekerij.
Tijdens het onderzoek is administratie aangetroffen in het pand waar de hennepkwekerij was gevestigd. Uit deze administratie blijkt dat verdachte een bedrag van €2.250 heeft verdiend met het knippen van hennep en het verzorgen van de kwekerij. De verdediging betoogde dat de urenregistratie onrealistisch was, maar het hof oordeelde dat werkdagen van 9 tot 10 uur en zelfs 20 uur aannemelijk zijn.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €2.250. Vervolgens legde het hof aan verdachte de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen ter ontneming van het voordeel. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en werd opnieuw recht gedaan.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €2.250 en legt de verplichting tot betaling aan de Staat op.