ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3266

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
27 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001373-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder B Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens medeplegen opiumwet

In deze strafzaak ging het om het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden betreffende de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Veroordeelde was eerder bij arrest veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet, gepleegd tussen 1 juli 2005 en 24 januari 2007.

De rechtbank had veroordeelde verplicht het bedrag van €4.793,75 aan de Staat te betalen als ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat-generaal vorderde een vaststelling van het bedrag op €4.793, en bevestiging van de betalingsverplichting.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd en de vordering van de advocaat-generaal overgenomen. Het hoger beroep werd behandeld door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden, waarbij veroordeelde werd bijgestaan door haar raadsman. De uitspraak bevestigt het eerdere oordeel en de opgelegde maatregel tot ontneming van het voordeel.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en veroordeelt veroordeelde tot betaling van €4.793 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001373-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-885154-07
Arrest van 27 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 26 mei 2009, in de zaak strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen:
[veroordeelde],
geboren op [1945] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door haar raadsman, mr. T. Akkerman, advocaat te Joure.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Leeuwarden heeft bij voormeld vonnis, op tegenspraak gewezen, onder verwijzing naar het vonnis d.d. 29 april 2009 van voormelde rechtbank Leeuwarden in de strafzaak voor zover het betreft het parketnummer 17-885154-07, het door veroordeelde door middel van en/of uit baten van de door haar gepleegde strafbare feiten wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op € 4.793,75 en haar de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.
Gebruik van het rechtsmiddel
De veroordeelde is op de voorgeschreven wijze en tijdig van voormelde uitspraak in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat zal worden vastgesteld op € 4.793,- en veroordeelde de verplichting wordt opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen, ter ontneming van dat voordeel.
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
De veroordeelde is bij arrest van dit hof (parketnummer 24-001175-09) - voor zover van belang - veroordeeld tot straf ter zake van medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd in de periode van 1 juli 2005 tot en met 24 januari 2007.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof verenigt zich met het vonnis van de eerste rechter.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
bevestigt het vonnis, waarvan beroep.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. G. Dam, voorzitter, mr. L.T. Wemes en mr. P. Greve, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Mulder als griffier.