ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3327

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
28 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001265-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 GwwdArt. 9 Regeling dierenvervoer 2007Verordening (EG) nr. 1/2005
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verzwakt rund tijdens vervoer

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het vervoeren van een verzwakt rund dat niet in staat zou zijn geweest zich pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen, in strijd met Europese regelgeving. Het hof Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld waarbij de advocaat-generaal een geldboete en vervangende hechtenis vorderde.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat het rund bij aanvang en tijdens het vervoer verzwakt was en niet in staat was zich pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen. De verklaringen van dierenartsen over de gezondheidstoestand van het rund na het vervoer waren onvoldoende gedetailleerd en onderbouwd om dit te staven.

Op grond hiervan vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde. Het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan de vereiste standaard en dat de verdachte daarom niet veroordeeld kon worden.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het rund verzwakt was tijdens het vervoer.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001265-10
Parketnummer eerste aanleg: 19-993029-09
Arrest van 28 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, economische kamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Assen van 11 mei 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1963] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.Z.J. Koedam, advocaat te 's-Hertogenbosch.
Het vonnis waarvan beroep
De economische politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een overtreding veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een geldboete van € 1.100,- subsidiair 22 dagen vervangende hechtenis, waarvan € 700,- subsidiair 14 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 24 maart 2009 in de gemeente [gemeente], in ieder geval in Nederland, 1 rund heeft vervoerd niet in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage I hoofdstuk I van de Verordening (EG) nr. 1/2005, immers heeft hij voornoemd en verzwakt rund vervoerd terwijl deze niet in staat werd geacht te worden vervoerd aangezien dit rund niet in staat was om zich pijnloos te bewegen en/of zonder hulp te lopen.
Vrijspraak
Verdachte wordt kort gezegd verweten te hebben gehandeld in strijd met Europese regelgeving door een verzwakt rund te vervoeren dat niet in staat werd geacht te worden vervoerd omdat het rund niet in staat was zich pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen.
Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat het rund bij aanvang van en tijdens het vervoer verzwakt en niet in staat was zich pijnloos te bewegen en/of zonder hulp te lopen. De verklaringen van de dierenartsen omtrent de gezondheidstoestand waarin de runderen verkeerden ná het transport zijn, nu deze onvoldoende gedetailleerd dan wel onderbouwd zijn, voor het bewijs daartoe ontoereikend.
Verdachte dient op grond van het voorgaande van het hem ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. O. Anjewierden en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. Meijer-Campfens voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.