met betrekking tot de grieven
3.1 Met grief I komt [appellante] op tegen de overweging van de kantonrechter dat niet gereageerd is op de akte uitlating en akte vermeerdering eis. [appellante] stelt dat zij bij brief van 14 december 2009 (welke als productie bij de memorie van grieven is gevoegd) wel degelijk heeft gereageerd op bedoelde akte. De grieven II en III en de daarop gegeven toelichting stellen aan de orde dat [appellante] met haar reactie van 14 december 2009 heeft aangetoond dat de huurachterstand werd ingelopen en dat de betalingsachterstand ten tijde van het vonnis van de kantonrechter onvoldoende was om de ontbinding te rechtvaardigen.
3.2 Het hof ziet aanleiding om eerst de grieven II en III gezamenlijk te bespreken.
3.3 Hierbij stelt het hof voorop dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis uit een wederkerige overeenkomst (zoals in dit geval een huurovereenkomst) aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Dit geldt echter niet wanneer de tekortkoming door haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding met haar gevolgen niet kan rechtvaardigen.
3.4 In haar reactie van 14 december 2009 stelt [appellante] dat zij op 26 oktober 2009 € 602,87 heeft overgemaakt aan Lefier. Op 25 november 2009 en op 16 december 2009 heeft zij telkens € 502,87 overgemaakt. En wanneer zij in januari 2010 nogmaals € 502,87 overmaakt, zo stelt [appellante], dan staat er nog een bedrag van circa € 300,00 open.
3.5 Met die laatste opmerking bedoelt [appellante] kennelijk aan te geven dat er alsdan geen reden meer zou zijn voor ontbinding van de huurovereenkomst, maar daarin volgt het hof haar niet. De huurachterstand is weliswaar hoger geweest en [appellante] heeft in de maanden oktober 2009 tot en met januari 2010 een deel van de achterstand ingelopen. Maar dit neemt niet weg dat in januari 2010 onbetwist sprake was van een achterstand in de betaling van de huurpenningen die reeds zes maanden voortduurde. Onder die omstandigheden is het op dat moment nog openstaande bedrag (€ 302,87) naar het oordeel van het hof, mede gelet op de hoogte van de maandhuur en gelet op de omstandigheid dat [appellante] in die zes maanden niet één keer de huur op tijd (dat wil zeggen: vóór de tiende van de maand) heeft betaald, niet zodanig gering dat zulks de ontbinding van de huurovereenkomst niet zou kunnen rechtvaardigen. Dat de ontstane achterstand in de betaling van de huurpenningen een gevolg is van het missen van inkomsten, zoals [appellante] stelt, kan haar niet baten. Dit is immers geen risico dat op Lefier kan worden afgewenteld.
3.6 Indien de kantonrechter de brief van [appellante] van 14 december 2009 in zijn overwegingen had betrokken, dan was hij, gelet op het vorenoverwogene, niet tot een ander oordeel gekomen. De grieven II en III falen derhalve.
3.7 Uit het voorgaande vloeit voort dat [appellante] geen belang meer heeft bij bespreking van grief I.