ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3382
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op veroordeelde voor medeplegen bezit heroïne met voorwaardelijke gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 25 gram heroïne, een middel vermeld op lijst I van de Opiumwet. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan door het Gerechtshof Leeuwarden.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het bezit van heroïne in vereniging met anderen. Gelet op de ernst van het feit en de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden passend. Echter, vanwege een overschrijding van de redelijke termijn van bijna elf jaar en gebrekkige betekening van de verstekmededeling, besloot het hof de straf in voorwaardelijke vorm op te leggen.
De verdachte was niet eerder in Nederland veroordeeld, maar werd wel herkend in een milieu van harddrugsgebruikers. Het hof hield rekening met persoonlijke omstandigheden en de normhandhaving. De gevangenisstraf wordt niet ten uitvoer gelegd tenzij de verdachte binnen twee jaar opnieuw een strafbaar feit pleegt. Tevens wordt de voorarresttijd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens medeplegen bezit heroïne met inachtneming van termijnoverschrijding.