ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ4850
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep winkeldiefstal en bewijsuitsluiting camerabeelden
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor winkeldiefstal van perssinaasappelen en kaas uit een winkel. In hoger beroep betwistte de raadsman de toelaatbaarheid van camerabeelden als bewijs, stellende dat deze onrechtmatig verkregen zouden zijn omdat ze waren gevorderd op grond van artikel 126nd Sv in plaats van het strengere artikel 126nf Sv, dat een schriftelijke machtiging van de rechter-commissaris vereist.
Het hof stelde vast dat de camerabeelden waren gemaakt in een publieke ruimte waar bewakingscamera's gebruikelijk zijn en dat de vordering van de officier van justitie zich beperkte tot identificerende gegevens van verdachte. Het hof vond de zwaardere waarborg van artikel 126nf niet van toepassing omdat het niet ging om een ernstige inbreuk op de rechtsorde, en verwierp het verweer tot bewijsuitsluiting.
Verdachte werd bewezenverklaard schuldig aan winkeldiefstal. Gelet op haar recidive en eerdere veroordelingen, alsmede de diagnose kleptomanie en borderline persoonlijkheidsstoornis, achtte het hof een gevangenisstraf passend. De voorwaardelijke gevangenisstraf uit 2008 werd deels tenuitvoer gelegd, waarbij één week gevangenisstraf werd opgelegd.
De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf werd gegrond verklaard omdat verdachte zich tijdens de proeftijd opnieuw schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het aan hoger beroep onderworpen was en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week wegens winkeldiefstal.