ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5148
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- A.W. Beversluis
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsverzoek vader wegens zwaarwegende belangen minderjarige en zorgen over thuissituatie moeder
In deze zaak gaat het om een verzoek van de vader om omgang met zijn minderjarige kind vast te stellen, nadat de rechtbank Groningen hem dit recht eerder had ontzegd. Beide ouders beschuldigen elkaar van seksueel misbruik van het kind, waarbij het hof vaststelt dat er aanwijzingen zijn voor seksueel misbruik, maar niet kan bepalen door wie dit is gepleegd. Tevens is niet uitgesloten dat de ouders dit middel gebruiken om elkaar te beschadigen.
Het kind verblijft bij de moeder, die alleen het ouderlijk gezag heeft. Sinds 2007 vindt er geen omgang meer plaats tussen vader en kind. Het hof onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat omgang met de vader onder de huidige omstandigheden in strijd is met de zwaarwegende belangen van het kind. Het hof wijst daarom het verzoek van de vader af.
Daarnaast uit het hof zorgen over de thuissituatie bij de moeder, die kampt met een borderline persoonlijkheidsstoornis en beperkte draagkracht. Er zijn signalen dat het kind niet altijd een veilige omgeving heeft gehad, waaronder seksueel getinte ervaringen met bekenden van de moeder. Het kind volgt een jaar speltherapie om trauma’s te verwerken, waarbij mogelijk op termijn contact met de vader kan worden opgebouwd.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking voor zover daarin het recht op omgang aan de vader is ontzegd, maar wijst het verzoek in hoger beroep af. De zaak is behandeld in aanwezigheid van beide ouders, hun advocaten en een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de vader tot omgang met zijn minderjarige kind af wegens zwaarwegende belangen van het kind en zorgen over de thuissituatie bij de moeder.