ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5180
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen ontvankelijkheid vader in verzoek tot uitbreiding omgangsregeling na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de omgangsregeling met hun minderjarige kinderen na hun echtscheiding. De moeder had een omgangsregeling verzocht die door de rechtbank was vastgesteld. De vader verzocht later om uitbreiding van deze regeling, onder meer met een woensdagmiddag en een co-ouderschapsregeling.
De rechtbank wees het verzoek van de vader af en verklaarde hem niet-ontvankelijk. Het hof bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de vader geen zelfstandig verzoek tot uitbreiding kon indienen nadat de rechtbank al een eindbeslissing had genomen op het oorspronkelijke verzoek van de moeder. De vader was niet de oorspronkelijk verzoekende partij en het verzoek had geen betrekking op lopende verzoeken.
Het hof overweegt dat de vader zijn verzoek als nieuw verzoek tot wijziging had moeten indienen via de juiste procedure, en dat het verzoek niet als nevenvoorziening binnen de echtscheidingsprocedure kon worden aangemerkt. De niet-ontvankelijkheid van de vader wordt bevestigd en de beschikking van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De vader wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling.