ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5284
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vaststelling kinderalimentatie en draagkrachtberekening man
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen. Na hun feitelijke scheiding in 2008 en de echtscheiding in 2010, vordert de vrouw kinderalimentatie. De rechtbank wees dit af vanwege een negatieve draagkracht van de man, maar het hof oordeelt dat de vrouw haar verzoek niet ondubbelzinnig heeft prijsgegeven.
Het hof beoordeelt de draagkracht van de man uitgebreid, waarbij het rekening houdt met diverse schulden, woonlasten, en het feit dat de man sinds juli 2009 inkomen uit loondienst ontvangt en niet langer zelfstandigenaftrek kan toepassen. Sommige schulden zoals leaseautokosten en kinderopvangtoeslag worden buiten beschouwing gelaten, terwijl zakelijke schulden en aflossingen worden meegewogen.
De draagkrachtberekening leidt tot het oordeel dat de man tot 1 december 2011 geen draagkracht heeft, maar vanaf die datum wel een draagkrachtruimte van €277 per maand. De vrouw heeft een draagkracht van €308 per maand. De behoefte van de kinderen is vastgesteld op €343 per kind per maand. Het hof bepaalt dat de man vanaf 1 december 2011 €146,50 per kind per maand moet betalen, wat overeenkomt met 70% van zijn draagkracht, en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 december 2011 €146,50 per kind per maand aan kinderalimentatie betalen; voor die datum is geen draagkracht vastgesteld.