ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6605

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-003149-09
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 25 WWArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs niet verstrekken uren aan UWV

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Groningen, waarin verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk niet tijdig verstrekken van benodigde gegevens aan het UWV in strijd met artikel 25 van Pro de Werkloosheidswet.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof het dossier en de zittingen van 18 november 2010 en 16 mei 2011 onderzocht. Het hof concludeerde dat niet is gebleken dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten de gegevens te verstrekken. Daarbij speelde mee dat het UWV verdachte niet adequaat heeft geïnformeerd over de verplichting tot het opgeven van (indirecte) uren op werkbriefjes als startend zelfstandige.

Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het gerechtshof, waarbij de voorzitter en twee raadsheren aanwezig waren.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet is bewezen dat hij opzettelijk de gegevens niet verstrekte aan het UWV.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-003149-09
Uitspraak d.d.: 30 mei 2011
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 27 november 2009 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1972],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 november 2010 en 16 mei 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot vrijspraak van verdachte ter zake de tenlastegelegde periode 7 januari 2004 tot en met
30 september 2004 en veroordeling van verdachte ter zake het tenlastegelegde in de periode 1 oktober 2004 tot en met 6 januari 2005 tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 25 uren met een proeftijd van twee jaren. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman,
mr. L.S. Slinkman, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 7 januari 2004 t/m 6 januari 2005 in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 25 van Pro de Werkloosheidswet (WW), opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten verdachtes WW-uitkering, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk nagelaten om het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tijdig en/of onverwijld uit eigen beweging (volledig) op de hoogte te stellen van alle al dan niet als zelfstandige gewerkte uren.
Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Vrijspraak
Het hof heeft op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet de overtuiging verkregen dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten de in de tenlastelegging bedoelde gegevens tijdig te verstrekken. Daarbij het hof in aanmerking genomen dat uit het strafdossier niet is gebleken dat het UWV de verdachte op enige wijze adequaat heeft geïnformeerd over de plicht tot het opgeven van (indirecte) uren op de werkbriefjes die verdachte als startend zelfstandige in de tenlastegelegde periode heeft gewerkt.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
Aldus gewezen door
mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter,
mr. O. Anjewierden en mr. J.P. van Stempvoort, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte, griffier,
en op 30 mei 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Zijnde mr. van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.