ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ6744

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.076.778
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 WAHVAwb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig beslissen kantonrechter WAHV

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter op het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie. De kantonrechter had de uitspraak niet binnen de in artikel 13, tweede lid, WAHV gestelde termijn van veertien dagen na de zitting gedaan.

Het hof stelde vast dat de kantonrechter de termijn niet in acht had genomen, maar dat noch de WAHV noch de Algemene wet bestuursrecht een rechtsmiddel biedt tegen het niet tijdig beslissen door de rechter. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Daarnaast werd het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen. Het arrest bevestigt dat de termijn in artikel 13 lid 2 WAHV Pro een termijn van orde is zonder rechtsgevolgen bij overschrijding.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsmiddel tegen het niet tijdig beslissen door de kantonrechter.

Uitspraak

WAHV 200.076.778
21 januari 2011
CJIB 134521678
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen het uitblijven van de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing op 29 september 2010 ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Bij schrijven d.d. 22 september 2010 heeft de gemachtigde van de betrokkene hoger beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Ter toelichting heeft de gemachtigde het volgende gesteld:
"Op 1 september 2010 is in deze zaak een zitting geweest. (…). Inmiddels zijn de twee weken na de uitspraak waarbinnen de kantonrechter conform artikel 13 lid 2 Wahv Pro uitspraak dient te doen, ruimschoots verstreken. Wij verzoeken u dan ook dit hoger beroep gegrond te verklaren wegens het uitblijven van een beslissing van de kantonrechter en de zaak materieel zelf af te doen, een en ander op basis van het arrest met nummer WAHV 200.053.528."
2. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de stelling van de gemachtigde feitelijke grondslag mist, nu de kantonrechter in overeenstemming met artikel 13, tweede lid, WAHV uiterlijk 14 dagen na de zitting uitspraak heeft gedaan. Voorts kent de wet geen termijn voor het toezenden van de beslissing van de kantonrechter.
3. Artikel 13, tweede lid, WAHV houdt in:
"De beslissing van de kantonrechter is met redenen omkleed en wordt hetzij terstond, hetzij uiterlijk binnen veertien dagen nadien, op een openbare zitting uitgesproken."
4. Het hof stelt voorop dat in navolging van de uitspraak van de Hoge Raad van 28 juni 1994, NJ 1994/691, moet worden aangenomen dat de termijn gesteld in artikel 13, tweede lid, WAHV een termijn van orde is waaraan geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden.
5. Uit het dossier blijkt dat de behandeling van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op 1 september 2010 heeft plaatsgevonden. Blijkens het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting heeft de kantonrechter meegedeeld dat hij na 14 dagen een beslissing zou geven. De beslissing van de kantonrechter is op 29 september 2010 in het openbaar uitgesproken en op 30 september 2010 aan de gemachtigde toegezonden.
6. Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de termijn gesteld in artikel 13, tweede lid, WAHV niet in acht heeft genomen. De WAHV noch de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorziet echter in de mogelijkheid van het aanwenden van een rechtsmiddel tegen het niet tijdig beslissen door de rechter. Dat brengt mee dat het beroep van de gemachtigde niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Voor toewijzing van het kostenverzoek bestaat geen grond.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.