ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ7124
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor feitelijke aanranding van de eerbaarheid met werkstraf
Op 6 oktober 2007 heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid door onverhoeds van achteren het kruis van het slachtoffer over de kleding heen te betasten. De rechtbank Groningen veroordeelde verdachte hiervoor, waarna hij hoger beroep instelde dat zich beperkte tot dit feit.
Het Gerechtshof Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld op 23 mei 2011 en het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het oordeel aan het hof was onderworpen. Het hof achtte het bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, gesteund op verklaringen van het slachtoffer en een getuige, die consistent en betrouwbaar werden bevonden.
De strafoplegging is een werkstraf van 100 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze straf is passend geacht gezien de ernst van het feit, het onacceptabele karakter van het grensoverschrijdende gedrag en het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld. Tevens constateert het hof een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, zonder dat dit tot strafvermindering leidt.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid.