ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ8721
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bewijs van wanprestatie bij levering en herstel ventilatiesysteem legbedrijf
In deze civiele zaak staat de levering en het herstel van een ventilatiesysteem voor een legbedrijf centraal. [Appellant] gaf Frilim opdracht het ventilatiesysteem te herstellen na blikseminslag, waarna Frilim werkzaamheden uitvoerde en factureerde. [Appellant] betwistte een deel van de factuur en stelde dat Frilim tekort was geschoten, wat leidde tot een procedure.
De rechtbank wees de vorderingen van Frilim grotendeels toe en wees de reconventionele vorderingen van [appellant] af. In hoger beroep voerde [appellant] meerdere grieven aan, waaronder dat Frilim onjuiste montage en verkeerde afstelling had verricht, en dat er sprake was van een onjuiste toerekening van betalingen.
Het hof oordeelde dat [appellant] onvoldoende concreet bewijs had geleverd voor de gestelde tekortkomingen. De getuigenverklaringen en rapporten boden geen overtuigend bewijs, en het bewijsaanbod was niet specifiek genoeg. Ook de wettelijke regels van imputatie werden niet geschonden bij de betalingstoerekening.
Daarom werden de vonnissen van de rechtbank bekrachtigd, het hoger beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard voor een deel, en werd [appellant] veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst het hoger beroep van [appellant] af wegens onvoldoende bewijs van wanprestatie.