ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0307
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- A.W. Beversluis
- E. Maan
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontslag mentor en benoeming onafhankelijke derde als mentor
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen de beschikking van de kantonrechter waarbij appellant werd ontslagen als mentor en een onafhankelijke derde tot mentor werd benoemd. De broer en zuster van de rechthebbende hadden zorgen geuit over de taakuitoefening van appellant, wat aanleiding gaf tot herziening van het mentorschap.
De kantonrechter had appellant op 31 mei 2010 ontslagen als mentor en een tijdelijke mentor benoemd, waarna deze op 18 augustus 2010 definitief werd aangesteld. Appellant stelde zich op het standpunt dat het ontslag onterecht was en dat hij opnieuw tot mentor benoemd moest worden. Het hof overwoog dat de broer en zuster niet tot de groep behoorden die een verzoek tot ontslag konden indienen, maar dat de kantonrechter ambtshalve had gehandeld naar aanleiding van hun meldingen.
Het hof stelde vast dat er sprake was van een moeizame en verstoorde verstandhouding tussen appellant en de broer en zuster, wat negatieve gevolgen had voor de rechthebbende. Dit vormde een gewichtige reden voor het ontslag van appellant als mentor. De benoeming van de onafhankelijke derde werd als passend en zorgvuldig beoordeeld. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikkingen en wees het verzoek van appellant verder af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd vanwege de familiebanden.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van appellant als mentor en benoemt een onafhankelijke derde tot mentor.