ECLI:NL:GHLEE:2011:BR0341
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- J.G. Idsardi
- G.K. Schipmölder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderbijdrage en rekening-courantschuld in echtscheiding
In deze zaak staat de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn minderjarige kinderen centraal, met name over de periode van 26 november 2009 tot 1 oktober 2010. De rechtbank had eerder een bedrag van € 445,50 per kind per maand vastgesteld, maar de man ging hiertegen in hoger beroep en stelde een lagere bijdrage voor, mede vanwege zijn financiële situatie.
Het hof oordeelde dat bij de berekening van de behoefte van de kinderen het totale besteedbare inkomen van het gezin tijdens de samenleving leidend is, inclusief de rekening-courantopnamen bij het bedrijf van de man. De man was directeur-grootaandeelhouder en had een inkomen van € 60.000 per jaar, waarbij het hof geen aanleiding zag om de winsten van dochterondernemingen of vermeende bonussen mee te nemen.
Belangrijk was ook de rekening-courantschuld van de man aan zijn bedrijf, waarvan het hof aannam dat deze tijdens het huwelijk was opgebouwd en dat de man hierover rente moest betalen. Daarom werd een rente van 5% over een schuld van € 115.581 meegenomen in de draagkrachtberekening. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op € 582,50 per kind per maand, maar de draagkracht van de man liet slechts ruimte voor een lagere bijdrage van € 277,50 per kind per maand.
Verder bereikten partijen overeenstemming over de bijdrage vanaf 1 oktober 2010, vastgelegd in een aanvullend ouderschapsplan dat door het hof werd bekrachtigd. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en legde partijen de naleving van de onderlinge afspraken op, waarbij ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De man moet van 26 november 2009 tot 1 oktober 2010 een kinderbijdrage van € 277,50 per kind per maand betalen.