ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1292
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Dijkstra
- Beswerda
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid gerechtshof bij hoger beroep tegen machtiging gijzeling WAHV
Betrokkene werd geconfronteerd met een zestiental machtigingen tot gijzeling op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Tegen deze machtigingen stelde zijn gemachtigde hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.
De gemachtigde voerde aan dat het appelverbod van artikel 28, tweede lid, WAHV doorbroken moest worden vanwege schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging en artikel 6 EVRM Pro. Zo was betrokkene niet opgeroepen voor de kantonrechter, was er geen kennis van administratiefrechtelijke sancties en ontbrak een openbare behandeling.
Het hof oordeelde dat het appelverbod strikt geldt en dat het hof geen bevoegdheid heeft om van het hoger beroep kennis te nemen. De schending van artikel 6 EVRM Pro kan alleen aan de civiele rechter worden voorgelegd in het kader van een (dreigende) executie. Het verzoek tot kostenvergoeding werd eveneens afgewezen.
Het arrest werd gewezen door de rechters Van Schuijlenburg, Dijkstra en Beswerda en uitgesproken tijdens een openbare zitting op 23 maart 2011.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de machtigingen tot gijzeling en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.