ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1316

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
WAHV 200.078.536
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Van Schuijlenburg
  • De Witt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 WAHVArt. 14 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsgeschil inzake behandeling beroep verkeersboete door kantonrechter

In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek aan de bevoegde kantonrechter van de rechtbank Roermond om alsnog te beslissen op een beroep tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een verkeersboete. Eerder had een andere kantonrechter, niet bevoegd volgens artikel 10 WAHV Pro, op het beroep beslist en had het hof het hoger beroep tegen die beslissing niet-ontvankelijk verklaard.

De gemachtigde van de betrokkene verzocht de bevoegde kantonrechter alsnog te beslissen, maar dit verzoek werd door die kantonrechter afgewezen. Het hof oordeelde dat de afwijzing van het verzoek geen beslissing in de zin van artikel 14 WAHV Pro vormde en verklaarde zich daarom onbevoegd om op het hoger beroep tegen die afwijzing te beslissen.

Het hof overwoog tevens dat de eerdere behandeling door de niet-bevoegde kantonrechter geen schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging opleverde. Er werd geen vergoeding van kosten toegekend. Het arrest werd gewezen door de rechters Dijkstra, Van Schuijlenburg en De Witt.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart zich onbevoegd in hoger beroep en wijst het verzoek tot kostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 200.078.536
20 mei 2011
CJIB [nummer]
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de in een brief van 24 november 2010 vervatte beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Roermond
om het beroep van
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden,
niet in behandeling te nemen.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzoek van de gemachtigde afgewezen om alsnog te beslissen op het door de gemachtigde ingestelde beroep tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie genomen beslissing.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de afwijzing van het verzoek hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft schriftelijk gereageerd op het hoger beroep.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het hoger beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het hoger beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Bij arrest WAHV 200.052.787 van 27 oktober 2010 heeft het hof in de zaak met CJIB-nummer [nummer] uitspraak gedaan op een door de gemachtigde van de betrokkene ingesteld beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage d.d. 24 november 2009.
Het hof heeft bij die uitspraak het beroep van de gemachtigde op doorbreking van het appelverbod verworpen en het hoger beroep op die grond niet-ontvankelijk verklaard. Het hof overwoog dat het feit dat een andere - te weten de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage - dan de op grond van artikel 10 WAHV Pro bevoegde kantonrechter - te weten de kantonrechter van de rechtbank Roermond - op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie heeft beslist, gelet op de omstandigheden van het geval niet tot gevolg had dat schending moest worden aangenomen van een zo fundamenteel beginsel van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake was geweest van een eerlijke en onpartijdige behandeling van het beroep.
2. De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief d.d. 29 oktober 2010 de kantonrechter van de rechtbank Roermond verzocht om alsnog te beslissen op het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie. Daarbij deelde hij mee: "Dat wij tevergeefs hebben gepoogd om het hof deze onbevoegd genomen beslissing te laten vernietigen, doet niet af aan de bevoegdheid van de kantonrechter te Roermond."
3. Bij schrijven d.d. 3 november 2010 heeft de griffier van de rechtbank Roermond de gemachtigde meegedeeld dat de kantonrechter geen grond aanwezig acht voor het alsnog in behandeling nemen van het beroep van de gemachtigde.
Daarbij is de gemachtigde erop gewezen dat reeds door de kantonrechter te 's-Gravenhage en het gerechtshof te Leeuwarden een beslissing is genomen op het door hem ingediende beroepschrift in die zaak.
4. Bij faxberichten van 5 november 2010 en 10 november 2010 heeft de gemachtigde van de betrokkene wederom verzocht om een beslissing van de kantonrechter te Roermond Bij schrijven d.d. 8 november 2010, respectievelijk 24 november 2010 heeft de griffier het voorgaande herhaald en meegedeeld dat er geen gronden aanwezig zijn op basis waarvan de kantonrechter te Roermond de zaak alsnog in behandeling zou moeten en kunnen nemen.
5. Bij schrijven d.d. 1 december 2010 heeft de gemachtigde hoger beroep ingesteld tegen voornoemde beslissing. "Grond van het hoger beroep is dat de bevoegde kantonrechter in Roermond de zaak blijkens bijgevoegde brief niet in behandeling neemt. Uw hof heeft reeds geoordeeld dat de behandeling van de zaak door de kantonrechter te 's-Gravenhage niet oneerlijk is geweest, doch dat doet niet af aan de bevoegdheid van de kantonrechter te Roermond om over de zaak te oordelen. Wij verzoeken u de zaak terug te verwijzen naar de bevoegde kantonrechter te Roermond en te gelasten dat deze rechter de zaak beoordeelt."
6. De in de brieven van de griffier van de rechtbank Roermond vervatte afwijzing door de kantonrechter van het verzoek van de gemachtigde kan niet worden aangemerkt als een beslissing in de zin van artikel 14 WAHV Pro. Dat brengt mee dat het hof zich ter zake van het door de gemachtigde tegen die afwijzing ingestelde hoger beroep onbevoegd zal verklaren.
7. Voor vergoeding van kosten bestaat geen grond.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart zich onbevoegd;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Van Schuijlenburg en De Witt, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.