ECLI:NL:GHLEE:2011:BR1697
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- J.G. Idsardi
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Toewijzing eenhoofdig gezag aan vader voor verblijfsstatus minderjarige
In deze zaak ging het om de wijziging van het gezag over een minderjarige, waarbij de rechtbank eerst het gezamenlijk gezag had vastgesteld. De vader, die een verblijfsstatus in Nederland heeft, verzocht het hof om het gezag uitsluitend aan hem toe te wijzen, omdat alleen hij een verblijfsvergunning voor het kind kan aanvragen. De moeder heeft geen verblijfsstatus en geen geldige identiteitspapieren, waardoor het kind momenteel statenloos is.
Het hof heeft overwogen dat het belang van het kind centraal staat, zoals ook blijkt uit artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek en het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind. Het ontbreken van een verblijfsstatus voor het kind en de mogelijke uitzetting van de moeder kunnen ertoe leiden dat het kind in de illegaliteit terechtkomt en gaat zwerven, wat onwenselijk is.
De moeder heeft ter zitting bevestigd dat zij instemt met het verzoek van de vader. De Raad voor de Kinderbescherming heeft eveneens geadviseerd het verzoek toe te wijzen. Het hof vernietigt daarom de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de vader toe, zodat het gezag voortaan uitsluitend aan hem toekomt. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt uitsluitend aan de vader toegekend om het belang van het kind te dienen.