ECLI:NL:GHLEE:2011:BR2554
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij bijstandsfraude na uitsluiting bekentenis
Het Gerechtshof Leeuwarden heeft op 21 juli 2011 in hoger beroep uitspraak gedaan in een strafzaak betreffende bijstandsfraude. Verdachte werd ervan beschuldigd valselijke opgaven te hebben gedaan op formulieren van de gemeente over haar woonsituatie en inkomsten. Tijdens het proces werd het Salduz-verweer ingebracht, waarbij werd gesteld dat verdachte niet tijdig was gewezen op haar recht op een advocaat tijdens verhoor.
Het hof oordeelde dat sprake was van een verhoorsituatie waarbij verdachte niet op tijd was geïnformeerd over haar recht op rechtsbijstand, waardoor de verklaringen die zij had afgelegd na haar aanhouding werden uitgesloten van het bewijs. Zonder deze bekentenissen was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om het ten laste gelegde te bewijzen.
Daarnaast kon niet worden vastgesteld dat verdachte een gezamenlijke huishouding of economische leefeenheid vormde met de medeverdachte. Op basis hiervan sprak het hof verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, resulterend in vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs na uitsluiting van verklaringen op grond van Salduz.