ECLI:NL:GHLEE:2011:BR3282
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.H. Garos
- B.J.J. Melssen
- H.J. de Ruijter
- Rechtspraak.nl
Schorsing uitvoerbaarheid terugverhuizing minderjarige in belang van kind
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over de terugverhuizing van de moeder met hun minderjarige kind naar de voormalige woonplaats. De rechtbank had bepaald dat de moeder uiterlijk 1 augustus 2011 moest terugverhuizen, met een dwangsom bij niet-naleving. De moeder stelde hoger beroep in en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van deze beslissing.
Het hof heeft de belangen van partijen afgewogen, waarbij het belang van het kind voorop stond. Het kind was sinds de verhuizing in september 2010 gewend aan de nieuwe woonplaats en school, en de terugverhuizing zou een tweede ingrijpende verandering betekenen. De omgangsregeling met de vader was niet substantieel verminderd door de verhuizing.
Het hof concludeerde dat het belang van de moeder en het kind bij opschorting van de terugverhuizing zwaarder woog dan het belang van de vader bij dadelijke uitvoering van de beschikking. Daarom werd de uitvoerbaarheid bij voorraad geschorst totdat het hoger beroep is beslist.
Uitkomst: De uitvoerbaarheid bij voorraad van de terugverhuizing van de moeder met het kind wordt geschorst in het belang van het kind.