ECLI:NL:GHLEE:2011:BR4038
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering IDM Financieringen op appellanten uit doorlopend krediet ondanks betwisting
In deze zaak is hoger beroep ingesteld door appellanten tegen een vonnis van de rechtbank Leeuwarden waarin IDM Financieringen B.V. werd toegewezen tot betaling van een bedrag uit hoofde van een doorlopend krediet. Appellanten betwistten de omvang van de vordering en voerden aan dat opnames na de eerste opname niet door hen waren gedaan, maar door hun overleden zoon.
Het hof stelde vast dat appellanten hoofdelijk aansprakelijk zijn op grond van de kredietovereenkomst en dat zij de specificatie van de vordering onvoldoende gemotiveerd hebben betwist. De opnames waren ondertekend door appellanten en zij hadden maandelijks overzichten ontvangen zonder protest. Ook was de vordering opeisbaar geworden in 2003, ruim voor het overlijden van hun zoon.
Appellanten voerden verder aan dat op grond van een kwijtscheldingsbeding in de algemene voorwaarden de vordering met € 25.000 verminderd moest worden omdat de lening ten behoeve van hun zoon zou zijn aangegaan. Het hof verwierp dit beroep omdat het kwijtscheldingsbeding niet van toepassing was nu de schuld reeds opeisbaar was vóór het overlijden van de zoon.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellanten tot betaling van € 36.709,41 aan IDM en in proceskosten.