ECLI:NL:GHLEE:2011:BR6229

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.024.849/01
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering na deskundigenonderzoek betwiste handtekening

In deze civiele zaak stond de echtheid van een handtekening onder een geldleningsovereenkomst centraal. Appellant betwistte dat hij de handtekening had geplaatst, waardoor IDM Financieringen B.V. haar vordering niet kon baseren op de overeenkomst.

Het hof had in een tussenarrest reeds geoordeeld dat het bewijs voor de echtheid van de handtekening door IDM was geleverd, tenzij appellant tegenbewijs zou leveren. Het hof benoemde een deskundige die een handschriftonderzoek uitvoerde en op 17 december 2010 een rapport uitbracht waarin werd geconcludeerd dat de betwiste handtekening hoogstwaarschijnlijk door appellant zelf was geplaatst, zonder aanwijzingen voor vervalsing.

Appellant heeft vervolgens niet meer inhoudelijk op het deskundigenrapport gereageerd. Het hof oordeelde daarom dat de handtekening van appellant afkomstig is en wees de vordering van IDM toe. Tevens werd appellant veroordeeld in de proceskosten en het loon van de deskundige. Het arrest bevestigt het vonnis waarvan beroep en verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering van IDM wordt toegewezen omdat de betwiste handtekening van appellant afkomstig is.

Uitspraak

Arrest d.d. 30 augustus 2011
Zaaknummer 200.024.849/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: [appellant],
toevoeging,
advocaat: mr. H.J. Pellinkhof, kantoorhoudende te Assen,
tegen
IDM Financieringen B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: IDM,
advocaat: mr. Y. van Maarwijck, kantoorhoudende te Meppel.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 22 juni 2010 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
De door het hof benoemde deskundige heeft onderzoek gedaan en op 17 december 2010 rapport uitgebracht.
Vervolgens is aan [appellant] gelegenheid geboden om een memorie na deskundigenbericht te nemen. Na meerdere aanhoudingen is op 24 mei 2011 aan [appellant] akte niet dienen verleend.
Door IDM is een antwoordmemorie na deskundigenbericht genomen.
Vervolgens heeft IDM de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. In zijn tussenarrest van 2 februari 2010 heeft het hof onder 2.6. en 2.7. geoordeeld, dat het bewijs dat IDM moest leveren van de echtheid van de handtekening van [appellant] voorshands, behoudens door [appellant] te leveren tegenbewijs, geleverd was. In hetzelfde arrest had het hof onder 2.5. geoordeeld:
‘Indien de omstreden handtekening wel van [appellant] afkomstig is, sneuvelen al diens verweren en dient de vordering van IDM te worden toegewezen.’
2. De in het kader van dat tegenbewijs door het hof benoemde deskundige heeft een handschriftonderzoek verricht om vast te stellen of de handtekening onder de overeenkomst van geldlening waar het in deze zaak om gaat door [appellant] is geplaatst. De conclusie van de deskundige in haar rapportage van
17 december 2010 laat weinig ruimte voor twijfel. Na een uitgebreide onderbouwing schrijft zij: ‘Op grond van deze bevindingen kan worden geconcludeerd dat de betwiste handtekening cliënt onder de persoonlijke lening hoogstwaarschijnlijk door [appellant] zelf is geplaatst.’
De deskundige merkt op dat door haar geen nabootsings- of andere valsheidskenmerken zijn gesignaleerd.
3. Door [appellant] is in de procedure niet meer op dit rapport gereageerd.
4. Naar het oordeel van het hof staat daarmee in rechte vast dat de handtekening onder de overeenkomst van [appellant] afkomstig is en dat om die reden de vordering van IDM dient te worden toegewezen.
Slotsom
5. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd. [appellant] zal als de in het ongelijkgestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep gevallen aan de zijde van IDM (3 punten, tarief II). Het hof zal ambtshalve [appellant] conform art. 244 Rv Pro veroordelen het loon van deskundige dat voorlopig voor een bedrag van € 1.500,-- in debet is gesteld aan de griffier te voldoen.
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep gevallen aan de zijde van IDM, welke worden begroot op € 422,-- voor verschotten en € 2.682,-- voor geliquideerde kosten voor de advocaat;
veroordeelt [appellant] het loon van de deskundige dat voorlopig voor een bedrag van € 1.500,-- in debet is gesteld aan de griffier te voldoen.
verklaart dit arrest voor wat betreft de proceskostenveroordeling en de betaling aan de griffier uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.W. Zandbergen, voorzitter, G. van Rijssen en
I. Tubben, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 30 augustus 2011 in bijzijn van de griffier.