ECLI:NL:GHLEE:2011:BT1558
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.A.A.M. van Veen
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- W. Foppen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging tot moord, veroordeling medeplegen zware mishandeling met voorbedachte raad
Op 10 juli 2010 heeft verdachte samen met drie medeverdachten het slachtoffer, zijn vader, zwaar mishandeld door hem meerdere keren met vuisten te stompen en te schoppen, wat leidde tot ernstige gezichtsbreuken en neurologische schade. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk op de dood van het slachtoffer had gehandeld, waardoor hij werd vrijgesproken van poging tot moord of doodslag.
Wel werd vastgesteld dat verdachte medepleegde aan zware mishandeling met voorbedachte raad, aangezien hij en zijn medeverdachten het slachtoffer bewust en na beraden handelen hebben aangevallen. Verdachte had gelegenheid om over de gevolgen na te denken en heeft het plan uitgevoerd. Een psychologisch rapport concludeerde dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is vanwege een persoonlijkheidsstoornis en stemmingsstoornis, maar niet volledig ontoerekeningsvatbaar.
Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en de ernst van het letsel bij het slachtoffer, die sindsdien in een verpleeginrichting verblijft met blijvende neurologische schade. Gelet hierop werd een gevangenisstraf van 30 maanden opgelegd, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht en bijzondere voorwaarden. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd in hoger beroep niet voortgezet.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot moord en veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 15 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht, voor medeplegen van zware mishandeling met voorbedachte raad.