ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2234
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Dolfing
- J. Hielkema
- J.P. van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot betaling aan Staat ter ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Leeuwarden de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel tegen verdachte behandeld. Verdachte werd eerder veroordeeld voor medeplegen van een overtreding van de Opiumwet, waarbij hij gedurende 13 maanden een hennepkwekerij exploiteerde.
Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op basis van het maandelijkse inkomen dat verdachte verklaarde te hebben verdiend met de hennepteelt, waarbij rekening is gehouden met de kweekcyclus en huurkosten. De schatting van het voordeel komt uit op €52.550. Het verweer van verdachte dat transportkosten in mindering gebracht moesten worden, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Verder verwierp het hof het draagkrachtverweer van verdachte, omdat niet aannemelijk was dat hij in de toekomst geheel niet zou kunnen betalen. Op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht legde het hof de verplichting op aan verdachte om het bedrag van €52.550 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht met deze uitspraak.
Uitkomst: Verdachte is verplicht €52.550 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.