ECLI:NL:GHLEE:2011:BT2619

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002554-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 SrArt. 24 Sr
Verwijzingen
12 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en zonder verplichte verzekering

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Zwolle-Lelystad betreffende het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het rijden zonder verplichte verzekering op 29 november 2009.

Het hof stelde vast dat verdachte op de genoemde datum een personenauto bestuurde terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en hij geen andere geldige verklaring van geschiktheid had. Tevens reed hij zonder een geldige aansprakelijkheidsverzekering voor het voertuig. Het hof achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het feit dat verdachte voorafgaand aan het feit een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) had gevolgd en met succes had afgerond, en dat enkele maanden na het feit een verklaring van geschiktheid was afgegeven. Gezien deze omstandigheden legde het hof een voorwaardelijke geldboete van 200 euro op voor het eerste feit en een onvoorwaardelijke geldboete van 150 euro voor het tweede feit.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten die niet bewezen konden worden verklaard.

Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van 200 euro voor rijden met ongeldig rijbewijs en een onvoorwaardelijke geldboete van 150 euro voor rijden zonder verzekering.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-002554-10
Uitspraak d.d.: 23 september 2011
VERSTEK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 20 oktober 2010 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1973],
wonende te [woonplaats], [adres].
Het hoger beroep
De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 9 september 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot met betrekking tot feit 1 tot het opleggen van een geldboete van 200 euro, subsidiair 4 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, en met betrekking tot feit 2 tot het opleggen van een geldboete van 150 euro, subsidiair 3 dagen hechtenis. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.
De tenlastelegging
Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 29 november 2009 in de gemeente [gemeente] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 29 november 2009 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmee heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden.
Bewezenverklaring
Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.
hij op 29 november 2009 in de gemeente [gemeente] terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten alle categorieën, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [straat], als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op 29 november 2009 in de gemeente [gemeente] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gekentekend [kenteken], daarmee heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de [straat], zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
het onder 1 bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
het onder 2 bewezen verklaarde levert op:
als bestuurder van een motorrijtuig daarmede op een weg rijden zonder dat er voor dat motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheids-verzekering motorrijtuigen is gesloten en in stand gehouden.
Strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.
Oplegging van straf en/of maatregel
De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Verdachte heeft een personenauto bestuurd en zich daarmee in het verkeer begeven terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en terwijl voor die auto geen aansprakelijkheids-verzekering was afgesloten. Verdachte heeft daarmee de belangen van de verkeersveilig-heid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, veronachtzaamd.
Het hof heeft voorts gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 juli 2011. Daaruit blijkt daaruit dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest voor strafbare feiten maar dat zulks na het plegen van de onderhavige feiten niet meer is gebeurd.
Met betrekking tot het eerste op 29 november 2009 gepleegde feit heeft het hof in aanmerking genomen dat verdachte in verband met de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs de Educatieve maatregel alcohol en verkeer (EMA) heeft gevolgd, de in dat kader gevolgde EMA-cursus op 18 mei 2009 met succes heeft afgerond en dat aan hem, enige maanden na het plegen van het bewezen verklaarde feit, een verklaring van geschikheid is afgegeven.
Gelet op het vorenstaande acht het hof een voorwaardelijke geldboete een passende reactie.
Met betrekking tot het tweede feit acht het hof de oplegging van een onvoorwaardelijke geldboete passend en geboden.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 62 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 30 van Pro de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen en de artikelen 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van EUR 150,00 (honderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3 (drie) dagen hechtenis.
Aldus gewezen door
mr. J. Hielkema, voorzitter,
mr. T.M.L. Wolters en mr. J.A. Wiarda, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. H.D. Raven, griffier,
en op 23 september 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.A. Wiarda is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.