ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7277
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- T.H. Bosma
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- J.A. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het opzettelijk aanwezig hebben van MDMA-pillen
Verdachte werd op 7 juli 2010 aangehouden op verdenking van vernieling. Tijdens fouillering werden 11 pillen aangetroffen in een tasje dat aan zijn broekriem was bevestigd. Deze pillen bevatten MDMA, een middel als bedoeld in de Opiumwet.
Verdachte ontkende de pillen toe te eigenen, maar kon niet aannemelijk maken dat deze door een ander in zijn tasje waren geplaatst. Het hof achtte bewezen dat verdachte, althans in voorwaardelijke opzet, wist van het aanwezig hebben van de pillen.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 22 uren, subsidiair 11 dagen hechtenis. De straf is passend geacht gezien de aard van het middel, de omstandigheden en eerdere veroordelingen van verdachte.
De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk de pillen had, maar dit verweer werd door het hof verworpen. Het hof achtte de plaats en omstandigheden van het aantreffen van de pillen overtuigend bewijs.
De straf is opgelegd conform de vordering van de advocaat-generaal en de eerdere uitspraak van de politierechter.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 22 uren, subsidiair 11 dagen hechtenis wegens het opzettelijk aanwezig hebben van 11 MDMA-pillen.