ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7283
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- T.H. Bosma
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- J.A. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor vissen met levend aas, dierenwelzijnsbenadeling en opgeven valse identiteit
Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 6 oktober 2011 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter. Verdachte werd beschuldigd van drie feiten: het veroorzaken van pijn en het benadelen van het welzijn van een snoekbaars door deze niet direct te doden na vangst, het vissen met levende vissen als aas in een beschermd water, en het opgeven van valse identiteitsgegevens aan het bevoegd gezag.
Na onderzoek acht het hof wettig bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan. Verdachte heeft het welzijn van de vis benadeeld door deze levend op het droge te leggen, heeft gevist met levend aas in strijd met de Visserijwet 1963, en heeft bij controle een valse naam en adres opgegeven. Verdachte was eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld en kampte met ernstige psychische problemen en schulden.
Het hof heeft de eerdere strafoplegging vernietigd en een nieuwe straf opgelegd die bestaat uit geldboetes voor elk feit, waarvan twee met een proeftijd van twee jaar. De onvoorwaardelijke geldboete mag in termijnen worden betaald. Hiermee houdt het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de ernst van de feiten.
De strafoplegging bestaat uit een geldboete van 250 euro voor het dierenwelzijnsfeit, 140 euro voor het vissen met levend aas, en een onvoorwaardelijke boete van 250 euro voor het opgeven van valse identiteit, waarbij de laatste boete in twee termijnen mag worden voldaan. Bij niet-betaling worden de boetes vervangen door hechtenis.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot deels voorwaardelijke geldboetes met een proeftijd van twee jaar voor vissen met levend aas, dierenwelzijnsbenadeling en het opgeven van valse identiteitsgegevens.