ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7351
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzettelijk niet melden samenwoonsituatie bij bijstandsuitkering
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk niet melden van een samenwoonsituatie aan de uitkeringsinstantie, wat zou leiden tot onrechtmatige bijstandsontvangst in de periode van januari 2004 tot april 2007.
Tijdens het hoger beroep stelde de advocaat-generaal dat op basis van huisbezoeken, verklaringen en observaties het feit wettig en overtuigend bewezen kon worden. Verdachte ontkende dit en gaf aan steeds openheid te hebben gegeven over haar woonsituatie en de formulieren correct te hebben ingevuld.
Het hof stelde vast dat in 2004 bij een huisbezoek geen gezamenlijke huishouding was aangetoond en dat er abusievelijk geen vervolgcontroles plaatsvonden. Pas in mei 2006 werd bij een huisbezoek een gezamenlijke huishouding geconstateerd, maar er was geen bewijs dat verdachte hiervan op de hoogte was of dat zij bewust de meldingsplicht had geschonden.
Daarom oordeelde het hof dat niet bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk informatie had achtergehouden en sprak haar vrij van het ten laste gelegde. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor opzettelijk niet melden van samenwoonsituatie.