ECLI:NL:GHLEE:2011:BT7385
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- T.H. Bosma
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- K. Lahuis
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij
De veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld wegens het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het exploiteren van een hennepkwekerij in de periode van oktober 2006 tot maart 2008. In hoger beroep werd de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel betwist en nader onderzocht.
Het hof baseerde zich op een rapport van de rapporteur en het BOOM-rapport voor de berekening van de bruto opbrengst en kosten van de hennepkwekerij. Hierbij werden 7 geslaagde oogsten meegenomen, verdeeld over een kelder en een zeecontainer. De bruto opbrengst werd vastgesteld op €53.133,03, waartegen kosten van €7.878,94 werden afgetrokken, resulterend in een netto voordeel van €45.254,09.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met ongeveer 8 maanden bracht het hof een korting van €5.000,- in mindering op het te betalen bedrag. De veroordeelde werd verplicht gesteld om €40.254,09 aan de Staat te betalen. Het draagkrachtverweer van de veroordeelde werd verworpen omdat geen bewijs was geleverd van onvoldoende draagkracht.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht conform deze vaststellingen, met toepassing van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht zoals dat gold ten tijde van het bewezenverklaarde handelen.
Uitkomst: Veroordeelde moet €40.254,09 betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.