ECLI:NL:GHLEE:2011:BT8485
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging aannemingsovereenkomst zonder verzuim en afwijzing schadevergoeding
In deze civiele zaak stond centraal of sprake was van verzuim door de aannemer en of de overeenkomst van aanneming van werk rechtsgeldig was beëindigd. De appellant stelde dat de overeenkomst ontbonden moest worden vanwege tekortkomingen van de geïntimeerde en vorderde schadevergoeding.
Het hof oordeelde dat de overeenkomst op 27 oktober 2008 door opzegging of onderling overleg was geëindigd. Er was geen schriftelijke ingebrekestelling verzonden, waardoor geen sprake was van verzuim. De appellant had wel mondeling meerdere keren aangedrongen op herstel, maar had geen termijn gesteld waarbinnen nakoming moest plaatsvinden.
De rechtbank had de vorderingen van de geïntimeerde grotendeels toegewezen en de vorderingen van de appellant afgewezen. Het hof bekrachtigde dit vonnis en veroordeelde de appellant in de kosten van het hoger beroep. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen omdat nakoming niet blijvend onmogelijk was en er geen geldig verzuim was vastgesteld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering tot schadevergoeding af wegens ontbreken van verzuim.