ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1893
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Straat- en contactverbod opgelegd wegens dreiging ontvoering minderjarige kinderen
In deze zaak stond centraal de vraag of een straat- en contactverbod tegen appellant gerechtvaardigd was. Appellant en geïntimeerde zijn voormalige echtelieden met vier minderjarige kinderen. De rechtbank Groningen had geïntimeerde met uitsluiting van appellant het gezag over de kinderen gegeven. Appellant had de minderjarige kinderen eerder ontvoerd, wat leidde tot een belaste geschiedenis.
Geïntimeerde vreesde dat appellant opnieuw zou proberen de kinderen naar het buitenland te brengen, mede omdat appellant beschikte over geldige reisdocumenten van de kinderen en uit mailberichten bleek dat hij dit nog steeds voornam. Appellant betwistte het belang van het verbod omdat hij geen contact meer had en niet in Nederland woonde.
Het hof oordeelde dat een straat- en contactverbod een zware inbreuk is op de bewegingsvrijheid en alleen gerechtvaardigd kan zijn bij (dreigend) onrechtmatig handelen. Geïntimeerde had voldoende aannemelijk gemaakt dat de dreiging onverminderd aanwezig was. Het hof legde daarom een straat- en contactverbod op voor de duur van één jaar, met een dwangsom bij overtreding. Een verzoek om lijfsdwang werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd voor zover het de contact- en straatverboden betrof en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Het hof legt appellant een straat- en contactverbod op voor één jaar met een dwangsom bij overtreding.