ECLI:NL:GHLEE:2011:BU4940
Gerechtshof Leeuwarden
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing klacht tegen niet-vervolging vereniging Martijn en bestuurders wegens uitlokking en medeplichtigheid seksueel misbruik
Klagers richtten hun klacht tegen het besluit van het Openbaar Ministerie om de vereniging Martijn en haar bestuurders niet te vervolgen wegens uitlokking en medeplichtigheid aan het seksueel misbruik van hun minderjarige dochter. De klacht omvatte ook andere vermeende zedenmisdrijven en het verspreiden van kinderporno via de website van Martijn.
Het hof oordeelde dat niet alle klagers ontvankelijk waren, omdat zij niet als rechtstreeks belanghebbenden in de zin van artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering konden worden aangemerkt. Het belang bij vervolging van algemene strafbare feiten valt buiten het bereik van artikel 12 Sv Pro en is aan het OM en de minister van Veiligheid en Justitie.
De klacht over het niet vervolgen van Martijn wegens uitlokking en medeplichtigheid aan het seksueel misbruik van de dochter werd inhoudelijk beoordeeld. Het hof stelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om aan te nemen dat Martijn of haar bestuurders de verdachte opzettelijk hadden aangezet of geholpen bij het plegen van de strafbare feiten. Ook het onderzoek naar kinderporno op de website leverde geen aanwijzingen op.
Daarom wees het hof de klacht af wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs en niet-ontvankelijkheid van enkele klagers. Het hof bevestigde dat het OM beleidsvrijheid heeft in de vervolgingsbeslissing en dat het klachtrecht een beperkte uitzondering is op deze discretionaire bevoegdheid.
Uitkomst: De klacht tegen het niet-vervolgen van de vereniging Martijn en haar bestuurders wegens uitlokking en medeplichtigheid aan seksueel misbruik is afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid en gebrek aan bewijs.