ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6259
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over redelijkheid van facturen administratie- en advieskantoor
Partijen zijn sinds 2000 zakelijk met elkaar verbonden waarbij de maatschap werkzaamheden verrichtte voor appellanten. Voor de jaren 2003 tot en met 2006 stuurde de maatschap facturen, waarvan een deel onbetaald bleef ter hoogte van €14.895,43. Appellanten betwistten de hoogte van de facturen en het toepasselijke uurtarief, en stelden dat de overeenkomst in maart 2007 was beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst niet was opgezegd en dat de maatschap de werkzaamheden na maart 2007 mocht declareren. Tevens werd vastgesteld dat het gehanteerde uurtarief gebruikelijk en redelijk was, mede omdat appellanten daar in het verleden geen bezwaar tegen hadden gemaakt. De rechtbank wees de verweren tegen de facturen af en veroordeelde appellanten tot betaling.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat de bestede uren niet in verhouding stonden tot de werkzaamheden, met name voor het jaar 2005. Het hof stelde vast dat 2005 afweek door extra werkzaamheden vanwege financiële problemen van appellanten, waaronder het opstellen van tussentijdse jaarrekeningen onder druk van banken. De gespecificeerde uren en werkzaamheden waren redelijk en niet bovenmatig.
Verder wees het hof nieuwe grieven die appellanten in hoger beroep naar voren brachten af wegens te late indiening. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten hoofdelijk in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellanten tot betaling van het openstaande factuurbedrag en proceskosten.