ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6831
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.W. Beversluis
- A.H. Garos
- D.J. Buijs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezags- en omgangsregeling minderjarige na verhuizing naar Nederland
In deze zaak stond de erkenning en wijziging van een gezagsbeslissing van een Zwitserse rechter centraal, waarbij de moeder het eenhoofdig gezag had over het minderjarige kind. De vader verzocht om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling, terwijl de moeder dit betwistte en hoger beroep instelde tegen de eerdere beschikking van de rechtbank Groningen.
Het hof bevestigde de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijke recht, en oordeelde dat geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden was aangetoond die wijziging van het gezag rechtvaardigde. De gezagsbeslissing van de Zwitserse rechter bleef daarmee ongewijzigd. Wel achtte het hof de verhuizing van moeder en kind naar Nederland een relevante wijziging voor de omgangsregeling.
Het hof stelde een gedetailleerde omgangsregeling vast, waarbij de vader het kind het eerste weekend van de maand van vrijdag 17.00 uur tot zondag 19.30 uur bij zich mag ontvangen, met ophalen en terugbrengen bij de moeder. Verder werden vakanties en feestdagen verdeeld, met specifieke afspraken over de zomervakantie, voorjaarsvakantie, kerstvakantie, paasdagen, en communicatie via telefoon en e-mail. Compensatie van omgangsweekenden is slechts toegestaan indien het uitvallen aan de moeder is toe te rekenen.
De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag werd afgewezen. De omgangsregeling werd aangepast met het belang van het kind als uitgangspunt, waarbij ook de mening van het kind werd meegewogen. De ouders werden aangespoord hun communicatie te verbeteren om het belang van het kind te dienen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot gezamenlijk gezag af en stelt een gedetailleerde omgangsregeling vast ten gunste van de vader.