ECLI:NL:GHLEE:2011:BU8966
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtelijke vaststelling vaderschap en belanghebbendheid erfgename in hoger beroep
In deze zaak gaat het om de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een overleden man ten opzichte van een meerderjarig kind. De rechtbank had eerder vastgesteld dat de overleden man de vader is, maar de erfgename van de overledene stelde hoger beroep in met het verzoek dit te vernietigen.
Het hof oordeelde dat de erfgename als belanghebbende kan optreden, omdat het familierechtelijke belang centraal staat en zij de meest aangewezen persoon is om in de plaats van haar overleden zoon als belanghebbende te worden aangemerkt. De erfgename werd ontvankelijk verklaard in haar beroep.
Omdat tegenbewijs werd aangeboden in de vorm van een DNA-onderzoek, en zowel het kind als de broer van de overleden man bereid waren hieraan mee te werken, stelde het hof de erfgename in de gelegenheid binnen drie maanden een rechtmatig DNA-onderzoek te laten verrichten. De beslissing over het vaderschap werd aangehouden totdat de uitkomsten van dit onderzoek bekend zijn en partijen hierop hebben kunnen reageren.
Het hof benadrukte dat indien medewerking aan het onderzoek wordt geweigerd, het daar passende gevolgen aan zal verbinden. De zaak zal vervolgens op de stukken worden afgedaan, tenzij nadere behandeling gewenst is.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en stelt DNA-onderzoek in de gelegenheid om het vaderschap definitief vast te stellen.