ECLI:NL:GHLEE:2011:BW2566

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.089.476t
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M. van Schuijlenburg
  • A. Zomer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter inzake administratieve sanctie voor verkeersgedrag

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch, die op 30 mei 2011 het beroep van de betrokkene ongegrond verklaarde. De betrokkene had een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd gekregen voor het niet stoppen voor een rood knipperlicht bij overweglichten op 15 maart 2010. De kantonrechter had het verzoek van de betrokkene om uitstel van de behandeling van zijn zaak wegens ziekte afgewezen, zonder voldoende motivatie. De betrokkene was niet aanwezig bij de zitting, en de verbalisanten waren buiten zijn aanwezigheid gehoord. Dit leidde tot de conclusie dat de afwijzing van het aanhoudingsverzoek onvoldoende gemotiveerd was.

Het gerechtshof te Leeuwarden oordeelt dat de kantonrechter niet in alle gevallen verplicht is om in te stemmen met een verzoek om uitstel, maar dat er wel een zorgvuldige afweging van belangen moet plaatsvinden. In dit geval had de kantonrechter onvoldoende rekening gehouden met het belang van de betrokkene om aanwezig te zijn bij het verhoor van de verbalisanten. Het hof heeft daarom besloten om de betrokkene, de verbalisanten en andere betrokkenen op te roepen voor een zitting, zodat de zaak opnieuw kan worden behandeld. De zitting is gepland op 13 januari 2012.

Uitspraak

WAHV 200.089.476
7 oktober 2011
CJIB 140000395
Gerechtshof te Leeuwarden
Tussenarrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch
van 30 mei 2011
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 maart 2010 om 13:10 uur op de Broekakkerseweg te Eindhoven.
2. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht en is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. De betrokkene acht het onjuist dat de verbalisanten buiten zijn aanwezigheid zijn gehoord.
3. Uit het dossier blijkt het volgende. Bij beslissing d.d. 31 januari 2011 heeft de kantonrechter de behandeling van het beroep van de betrokkene aangehouden tot de terechtzitting van 21 maart 2011 teneinde de verbalisanten als getuigen te horen. Bij schrijven d.d. 8 april 2011 heeft de griffier van de rechtbank de betrokkene meegedeeld dat zijn beroep op de terechtzitting van 16 mei 2011 te 09.00 uur zou worden behandeld. Uit een zich in het dossier bevindend emailbericht d.d. 16 mei 2011 te 07:56 uur blijkt dat de echtgenote van de betrokkene die ochtend heeft gebeld met een verzoek om uitstel van de behandeling van het beroep. De betrokkene lag ziek te bed en liet via zijn echtgenote weten dat hij graag bij de behandeling van zijn zaak aanwezig wilde zijn. Uit het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter d.d. 16 mei 2011 blijkt dat twee verbalisanten ter zitting zijn gehoord. De beslissing van de kantonrechter op het beroep houdt - voor zover het betreft het aanhoudingsverzoek van de betrokkene - in:
"Met betrekking tot het verzoek van appellant om uitstel van de behandeling van de zaak in verband met ziekte beslist de kantonrechter dat uitstel niet wordt gegeven. Appellant heeft zijn standpunt duidelijk gemaakt: hij meent dat de verbalisanten niet stilstonden voor het rode overweglicht, maar in de verte kwamen aanrijden en dat hij niet voorbij het rode licht is gereden, maar dat het belsignaal en vervolgens het licht aanging toen hij al op de spoorwegoverweg aanwezig was.
Appellant heeft die stellingen niet aannemelijk gemaakt, noch heeft hij feiten en/of omstandigheden aangevoerd die zijn gronden aannemelijk zouden kunnen maken. Het aanhouden van de zaak om appellant de gelegenheid te geven commentaar te geven op de verklaringen van de verbalisanten zullen niet toe- of afdoen aan de hier door de rechter geformuleerde overwegingen."
4. Het hof stelt voorop dat in WAHV-zaken de kantonrechter niet in alle gevallen is gehouden om in te stemmen met een verzoek om uitstel. Van een betrokkene die om uitstel verzoekt of doet verzoeken mag in beginsel worden verwacht dat hij dit verzoek schriftelijk en met redenen omkleed indient op een zodanig tijdstip dat de kantonrechter in staat is tot een behoorlijke afweging van alle in het geding zijnde belangen, waaronder het belang van afdoening van een zaak binnen redelijke termijn. In geval van verhindering door ziekte van een betrokkene kan de kantonrechter verlangen dat - indien dat redelijkerwijs mogelijk is - ter ondersteuning daarvan een medische verklaring wordt overgelegd.
5. Het hof leidt uit de overwegingen van de kantonrechter, zoals onder 3. vermeld, af dat de betrokkene niet wordt tegengeworpen dat hij, ter ondersteuning van zijn verzoek om uitstel, geen medische verklaring heeft overgelegd. Evenmin heeft de kantonrechter het belang van afdoening van de zaak binnen een redelijke termijn aan de afwijzing van het verzoek ten grondslag gelegd. Verder heeft de kantonrechter, bij zijn beslissing op het verzoek tot uitstel, geen rekening gehouden met het - in het kader van een behoorlijke rechtspleging - zwaarwegende belang van de betrokkene om bij het verhoor van de verbalisanten aanwezig te zijn, hen desgewenst vragen te stellen en op hun verklaringen te reageren. De afwijzing van het verzoek om uitstel is daarom onvoldoende gemotiveerd.
6. Gegeven het vorenstaande zal het hof partijen, alsmede de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] oproepen om op een zitting van het hof te worden gehoord. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.
Beslissing
Het gerechtshof:
bepaalt dat de zaak ter zitting van 13 januari 2012 om 13.30 uur zal worden behandeld;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.