ECLI:NL:GHLEE:2012:BV1414

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
12 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.080.206/01
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hof verleent machtiging voor extra kosten bewindvoering bij problematische schuldenlast

In deze civiele zaak ging het om een verzoek van Senturra Bewindvoering BV om machtiging te verkrijgen voor het in rekening brengen van extra kosten bij de rechthebbenden. De rechtbank Groningen had dit verzoek afgewezen omdat het stabiliseren van de schuldenpositie niet werd gezien als problematische schuldsanering.

Het hof oordeelde echter dat er wel degelijk sprake was van een problematische schuldsanering. Dit bleek uit het feit dat het aantal schuldeisers en de totale schuld veel hoger waren dan aanvankelijk werd aangenomen, namelijk 29 schuldeisers en circa €125.000 schuld. De bewindvoerder had extra werkzaamheden verricht die buiten het reguliere takenpakket vielen, waaronder het opnieuw aanschrijven van schuldeisers en het voorbereiden van een aanvraag voor schuldsanering bij de Kredietbank.

Het hof baseerde zich op de 'Aanbevelingen meerderjarigenbewind' van het Landelijk Overleg Kantonsectorvoorzitters, waarin is vastgelegd dat dergelijke problematische schuldsanering niet tot de gewone werkzaamheden behoort en extra vergoeding kan worden gevraagd na machtiging. Het hof verleende daarom alsnog de machtiging om eenmalig €300 exclusief BTW in rekening te brengen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de zaak opnieuw beslist.

Uitkomst: Het hof verleent de bewindvoerder machtiging om eenmalig €300 exclusief BTW in rekening te brengen bij de rechthebbenden.

Uitspraak

Beschikking d.d. 12 januari 2012
Zaaknummer: 200.080.206
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in de zaak van
Senturra Bewindvoering BV,
gevestigd te Groningen,
appellant,
hierna te noemen: de bewindvoerder dan wel Senturra,
advocaat mr. E.P. Groot, kantoorhoudende te Groningen,
Belanghebbenden:
1. [rechthebbende 1],
2. [rechthebbende 2],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de rechthebbenden,
Het geding in eerste aanleg
Bij beschikking van de rechtbank Groningen, sector kanton, van 20 oktober 2010 is het verzoek van de bewindvoerder strekkende tot het verlenen van een machtiging voor het in rekening brengen van extra kosten in verband met het stabiliseren van de schuldenpositie bij de rechthebbenden afgewezen.
Het geding in hoger beroep
Bij beroepschrift, binnengekomen op de griffie op 12 januari 2011, heeft de bewindvoerder verzocht die beschikking te vernietigen en alsnog voor de verzochte vergoeding machtiging te verlenen.
Hoewel daartoe door het hof in de gelegenheid gesteld hebben de rechthebbenden geen verweerschrift ingediend.
Ter zitting van het hof op 25 augustus 2011 is de zaak behandeld. Verschenen zijn [X] en [Y] namens Senturra. Tevens is mr. Groot verschenen.
De beoordeling
Vaststaande feiten
1. Bij beschikking van 8 januari 2008 is een bewind ingesteld, als bedoeld in artikel 1:431 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW), over alle vermogensbestanddelen van de rechthebbenden onder benoeming van Senturra tot bewindvoerder.
2. Bij verzoekschrift, binnengekomen ter griffie van de rechtbank Groningen op 26 juli 2010, heeft de bewindvoerder verzocht machtiging te verlenen voor het in rekening brengen van eenmalige (extra) kosten ter hoogte van € 300,- (exclusief BTW) ten laste van het vermogen van de rechthebbenden.
3. De kantonrechter heeft de machtiging geweigerd onder de overweging dat het stabiliseren van de schuldenpositie van de rechthebbenden - zijnde de werkzaamheden waarvoor de extra kosten worden berekend - niet gelijk is te stellen met een problematische schuldsanering als bedoeld in de richtlijnen van het Landelijk Overleg Kantonsectorvoorzitters (LOK).
4. De bewindvoerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er in de onderhavige zaak wel sprake is van een problematische schuldenlast die gesaneerd dient te worden door een kredietbank en dat om een en ander te stabiliseren en te inventariseren werkzaamheden zijn verricht die buiten de normale werkzaamheden vallen.
De overwegingen van het hof
5. Bij de beoordeling van de vraag of de werkzaamheden die de bewindvoerder in de uitoefening van zijn taak verricht al dan niet voor afzonderlijke beloning in aanmerking kunnen komen, dient naar het oordeel van het hof in de regel acht te worden geslagen op de zogeheten "Aanbevelingen meerderjarigenbewind" zoals deze door het LOK met het oog op de gewenste uniformering in de rechtstoepassing binnen de bewindpraktijk zijn vastgesteld. Hierin zijn onder meer beloningsafspraken en het daarbij behorende takenpakket voor professionele bewindvoerders, aangesloten bij de Branche­vereniging Professionele Bewindvoerders en Inkomenbeheerders (BPBI), vastgelegd. In dit systeem is de beloning gemaximeerd en zijn de daarvoor te verrichten werkzaamheden nauwkeurig omschreven. Voor werkzaamheden die daarbuiten vallen kan, met voorafgaande machtiging van de (toezichthoudende) kantonrechter, worden gedeclareerd tegen een eveneens vastgesteld maximum­uurtarief. Uit de richtlijnen blijkt onder meer dat het regelen van zeer problematische schulden niet behoort tot de gewone intake werkzaamheden van de bewindvoerder en dat een problematische schuldsanering niet behoort tot de gewone werkzaamheden.
6. Ter zitting heeft de bewindvoerder de gang van zaken in de onderhavige situatie toegelicht. Hieruit is naar voren gekomen dat er ten tijde van de intakefase van het bewind vier schuldeisers bekend waren en dat de totale schuld ongeveer € 2.200,- zou bedragen. Later, tijdens de loop van het bewind, is gebleken dat er geen sprake was van vier schuldeisers, maar van 29 schuldeisers en een totale schuld van rond de € 125.000,-. Omdat duidelijk was dat rechthebbenden niet in staat zouden zijn om deze schulden zelf binnen 36 maanden af te lossen, is een aanvraag gedaan voor schuldsanering door de Kredietbank. Voorafgaand aan deze aanvraag heeft Senturra alle schuldeisers opnieuw moeten aanschrijven om het op dat moment openstaande schuldbedrag door te kunnen geven aan de Kredietbank.
7. Het hof is van oordeel dat de bewindvoerder -ter zitting en met onderliggende stukken- voldoende heeft onderbouwd dat er in de onderhavige zaak sprake was van een problematische schuldsanering. Senturra heeft een urenverantwoording overgelegd, waaruit blijkt dat de bewindvoerder vijf extra uren in rekening brengt tegen een uurtarief van € 60,- (exclusief BTW). Gelet op het voor Senturra als professionele en bij de Branchevereniging aangesloten bewindvoerder geldende maximumuurtarief (in 2010: het jaartarief gedeeld door 15), acht het hof het verzoek van Senturra om machtiging te verlenen tot het eenmalig in rekening brengen bij rechthebbenden van een bedrag van € 300,- (exclusief BTW) in verband met deze extra werkzaamheden niet onredelijk en zal het verzoek daarom alsnog toewijzen. Het hof merkt hierbij wel op dat in voorkomende gevallen vooraf machtiging dient te worden gevraagd aan de kantonrechter.
Slotsom
8. Op grond van het voorgaande dient de beschikking waarvan beroep te worden vernietigd. Er zal opnieuw worden beslist als na te melden.
De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep;
en opnieuw beslissende:
verleent de bewindvoerder machtiging om eenmalig een bedrag van € 300,- (exclusief BTW) in rekening te brengen bij de rechthebbenden.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.G. Idsardi, voorzitter, M.P. den Hollander en H. van Lokven-van der Meer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 12 januari 2012 in het bijzijn van de griffier.