ECLI:NL:GHLEE:2012:BV4085
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging hoofdverblijf minderjarige kind in echtscheidingsgeschil
Partijen zijn gescheiden en hebben drie minderjarige dochters. In een eerdere beschikking was bepaald dat twee van de kinderen hun hoofdverblijf bij de man zouden hebben tot de bodemrechter hierover definitief beslist. De vrouw verzoekt in hoger beroep om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis, omdat één kind na het omgangsweekend bij haar wilde blijven en terug wilde naar haar voormalige school.
Het hof overweegt dat bij de belangenafweging het belang van het kind leidend is en dat de beslissing van de voorzieningenrechter in beginsel moet worden gevolgd, tenzij nieuwe feiten of een kennelijke juridische of feitelijke misslag zijn aangetoond. De vrouw heeft een brief van het kind overgelegd waarin het kind aangeeft bij haar te willen blijven, maar het hof acht dit onvoldoende om af te wijken van het eerdere vonnis.
Het hof stelt vast dat de man zorgvuldig te werk is gegaan en dat het kind na escalatie van de situatie bij de vrouw te kennen heeft gegeven bij de man te willen wonen. Ook is rekening gehouden met het belang van het kind aan contact met haar sociale omgeving en het feit dat zij in de woonplaats van de man wel naar school kan. Het verzoek tot schorsing wordt daarom afgewezen. De hoofdzaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en verwijst de hoofdzaak voor verdere behandeling.