ECLI:NL:GHLEE:2012:BV4103
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- L. Janse
- L. Groefsema
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging vonnis nalatenschapsgeschil landbouwgrond
In deze zaak zijn [appellant 1] en [appellant 2] in hoger beroep gegaan tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat hen veroordeelde mee te werken aan de levering van landbouwgrond aan [geïntimeerde], hun vader, in het kader van de nalatenschap van hun overleden moeder. De appellanten verzochten om schorsing van de tenuitvoerlegging van dit vonnis op grond van een vermeende juridische en feitelijke misslag en nieuwe feiten, waaronder een eerdere vaststellingsovereenkomst en gewijzigde marktwaarde van de grond.
Het hof overwoog dat schorsing van de tenuitvoerlegging slechts kan worden toegekend indien sprake is van een duidelijke juridische of feitelijke misslag of nieuwe feiten die bij de eerdere rechter niet aan de orde waren. Het hof stelde vast dat de voorzieningenrechter de vaststellingsovereenkomst wel degelijk had meegewogen en dat er onvoldoende bewijs was dat de grond voor een hogere marktprijs zou worden verkocht of dat de appellanten daardoor benadeeld zouden worden.
Ook de fiscale onzekerheden en het vermeende gebrek aan voortvarendheid in de bodemprocedure door [geïntimeerde] konden geen grond vormen voor schorsing. Het hof concludeerde dat het belang van [geïntimeerde] bij executie van het vonnis zwaarder weegt dan dat van de appellanten bij behoud van de status quo. Daarom werd het verzoek tot schorsing afgewezen en werd de beslissing over de proceskosten aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis wordt afgewezen.