ECLI:NL:GHLEE:2012:BW0172
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechter wegens ontbreken economische kamer rechtbank Groningen
In deze strafzaak ging het om economische delicten betreffende het bezit en de handel in grote hoeveelheden consumentenvuurwerk in een garage te Groningen. De verdachte was in eerste aanleg veroordeeld, maar het hof stelde vast dat de rechtbank Groningen geen economische kamers had gevormd zoals vereist volgens artikel 52 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het hof onderzocht of het bestuur van de rechtbank Groningen de bezetting van kamers zodanig had geregeld dat economische delicten toch door een economische kamer konden worden behandeld. Dit bleek niet het geval; er was geen schriftelijk besluit dat voldeed aan de wettelijke eisen en de bestaande reglementen boden geen toereikende grondslag.
Gezien het ontbreken van een juiste economische kamer verklaarde het hof de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van de economische delicten. Het vonnis van de rechtbank werd daarom vernietigd en de zaak zal opnieuw worden behandeld door een bevoegde rechterlijke instantie.
Het hof benadrukte dat dit oordeel geen oordeel inhoudt over de deskundigheid van de rechter in eerste aanleg, maar strikt over de bevoegdheid. De wetgever heeft immers bepaald dat economische delicten door speciaal gevormde economische kamers moeten worden behandeld vanwege hun complexiteit en bijzondere aard.
Uitkomst: De rechtbank Groningen is onbevoegd verklaard omdat economische delicten niet door een economische kamer zijn behandeld.