ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1521
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot doodslag na geweldsincident
Op 19 juni 2009 ging verdachte samen met zijn broer en twee anderen naar de woning van het slachtoffer om hem een lesje te leren vanwege een conflict tussen de moeder van verdachte en het slachtoffer. Tijdens het incident werd het slachtoffer ernstig mishandeld, waarbij hij meermalen in de buik werd geschopt en met kracht tegen het hoofd werd gestompt, wat leidde tot een hersenschudding en gebroken jukbeenderen.
Het hof oordeelde dat verdachte medepleger was van poging tot doodslag, waarbij het bewijs onder meer bestond uit verklaringen van het slachtoffer en getuigen die het geweld bevestigden. Het hof verwierp het verweer dat verdachte niet betrokken was bij het geweld en dat het slachtoffer hem met zijn broer had verward.
Vanwege het syndroom van Asperger bij verdachte werd rekening gehouden met verminderde toerekeningsvatbaarheid. Door overschrijding van de redelijke termijn werd de straf verminderd van 18 naar 16 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en onder toezicht van de reclassering.
De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd toegewezen tot €3.000,- immateriële schade, met hoofdelijk aansprakelijkheid van verdachte en mededaders. Het hof sprak verdachte vrij van de meer ernstige tenlasteleggingen en legde een straf en voorwaarden op passend bij de ernst van het bewezenverklaarde.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, voor medeplegen van poging tot doodslag.