AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vernietiging administratieve sanctie wegens niet verschijnen verbalisanten in hoger beroep
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om een administratieve sanctie van €160,- opgelegd aan betrokkene wegens het niet stoppen voor een rood knipperlicht bij een spoorwegovergang op 15 maart 2010 te Eindhoven. Betrokkene ontkende de overtreding en stelde dat hij de verbalisanten in de verte zag toen hij al over de overweg was.
De verbalisanten waren opgeroepen om als getuigen te verschijnen, maar verschenen zonder bericht van verhindering niet bij de zitting van het hof. Hierdoor konden zij de bij het hof gerezen vragen niet beantwoorden en ontstond er twijfel over de juistheid van hun verklaring. Het hof oordeelde dat deze twijfel niet kon worden weggenomen en dat de gedraging niet vaststond.
Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de beschikking van de officier van justitie waarin de sanctie was opgelegd. Tevens werd de aan betrokkene gestelde zekerheid gerestitueerd en werd de advocaat-generaal veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Het hof kende een vergoeding toe voor reis- en verletkosten van betrokkene, waarbij reiskosten werden berekend op basis van het openbaar vervoer en verletkosten op het laagste tarief, omdat betrokkene de hoogte van zijn verletkosten niet had onderbouwd.
Dit arrest benadrukt het belang van het horen van verbalisanten in aanwezigheid van betrokkene en het wegnemen van twijfel bij ambtelijke verklaringen in bestuursrechtelijke verkeerszaken.
Uitkomst: De administratieve sanctie wegens niet stoppen voor rood knipperlicht wordt vernietigd vanwege het niet verschijnen van de verbalisanten, waardoor twijfel over de gedraging blijft bestaan.
Uitspraak
WAHV 200.089.476
27 januari 2012
CJIB [nummer]
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch
van 30 mei 2011
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
Het tussenarrest
De inhoud van het tussenarrest van 7 oktober 2011 wordt hier overgenomen.
Het procesverloop
De zaak is behandeld op 13 januari 2012. De betrokkene is verschenen. De als getuigen opgeroepen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] zijn niet verschenen. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. C.T. Brontsema.
Beoordeling
1. In het tussenarrest van 7 oktober 2011 heeft het hof overwogen dat de kantonrechter ten onrechte de verbalisanten buiten aanwezigheid van de betrokkene ter zitting heeft gehoord. Gelet hierop zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen. Thans staat het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ter beoordeling van het hof.
2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 160,- opgelegd ter zake van “niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten”, welke gedraging zou zijn verricht op 15 maart 2010 om 13:10 uur op de Broekakkerseweg te Eindhoven.
3. De betrokkene ontkent de gedraging te hebben verricht. Hij voert daartoe aan dat hij de spoorwegovergang net over was toen deze begon te bellen. De betrokkene merkt daarbij op dat de agenten hebben verklaard dat zij de gedraging van de betrokkene hebben gezien toen zij voor de spoorwegovergang stonden te wachten, maar dat hij zeker weet dat hij hen in de verte aan zag komen toen hij al over de spoorwegovergang heen was. De betrokkene stelt dan ook dat er getwijfeld moet worden aan de verklaring van de verbalisanten
4. In WAHV-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel een voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken.
5. De ambtsedige verklaring van de verbalisanten zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB houdt onder meer het volgende in:
“als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperend licht (overweg)."
6. Voorts heeft verbalisant [verbalisant 1] in een proces-verbaal van bevindingen van 28 juni 2010 op ambsteed het volgende verklaard:
"De pleegplaats welke vermeld staat op het proces-verbaal is abusievelijk onjuist ongevuld. Op het proces-verbaal staat de pleegplaats Oude Urkhovenseweg te Eindhoven vermeld, de juiste pleegplaats is Broekakkerseweg te Eindhoven.
Door mij, verbalisant [verbalisant 1], is geconstateerd dat de bestuurder van de bestelauto voorzien van het kenteken [00-AB-AB] op 15 maart 2010 om 13.10 uur de spoorwegovergang liggende aan de Broekakkerseweg te Eindhoven overreed op het moment dat de aldaar staande verkeerslichten gedurende ruime tijd rood licht uitstraalden. De exacte seconden dat de verkeerslichten rood licht uitstraalden kan ik niet meer aangeven.
Op het moment dat voornoemde bestelauto voornoemde spoorwegovergang overreed stonden wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1], al enige tijd stil voor voornoemde spoorwegovergang omdat de aldaar staande verkeerslichten reeds rood licht uitstraalden. "
7. De kantonrechter heeft naar aanleiding van het verweer van de betrokkene de verbalisanten als getuigen opgeroepen en gehoord ter zitting van 16 mei 2011. De kantonrechter heeft dit echter buiten aanwezigheid van de betrokkene gedaan, hetgeen, zoals is overwogen in voormeld tussenarrest, ten onrechte was. Het hof heeft deze verbalisanten opnieuw als getuigen opgeroepen om ter zitting van het hof te worden gehoord. De verbalisanten zijn evenwel zonder enig bericht van verhindering niet ter zitting verschenen.
8. Gelet op hetgeen de betrokkene de gehele procedure consistent en vasthoudend heeft aangevoerd, is bij het hof gerede twijfel ontstaan of de gedraging is verricht. Nu de opgeroepen verbalisanten niet ter zitting van het hof zijn verschenen, hebben zij de bij het hof gerezen vragen niet kunnen beantwoorden. Dientengevolge hebben zij de bij het hof ontstane twijfel niet kunnen wegnemen. Derhalve is naar de overtuiging van het hof niet komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter had behoren te doen, te weten de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking vernietigen.
9. Het hof acht termen aanwezig om de proceskosten van de betrokkene te vergoeden. Ingevolge vaste jurisprudentie van het hof komen reis- en verletkosten van de betrokkene voor vergoeding in aanmerking indien en voor zover zij zijn gemaakt ten behoeve van het bijwonen van een zitting of nemen van inzage in de stukken ter griffie.
10. Ingevolge artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit proceskosten bestuursrecht worden de reiskosten berekend naar het tarief per openbaar middel van vervoer, laagste klasse. Derhalve zal het hof ter zake van reiskosten van de betrokkene ten behoeve van het bijwonen van de zitting van het hof een bedrag van € 48,00 (retour trein [woonplaats]-Leeuwarden) toekennen.
11. Ingevolge artikel 2 vanPro voornoemd Besluit wordt het bedrag van de verletkosten vastgesteld overeenkomstig een tarief dat afhankelijk van de omstandigheden tussen € 4,54 en € 53,09 per uur bedraagt. De betrokkene heeft aangegeven verletkosten te hebben, maar heeft, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, de hoogte daarvan niet onderbouwd. Het hof zal daarom uitgaan van het laagste tarief van € 4,54 per uur. Derhalve zal het hof voor het bijwonen van de zitting van de kantonrechter in Eindhoven (op 17 januari 2011) een vergoeding van 1 uur zittingstijd x € 4,54 is € 4,54 toekennen en voor het bijwonen van de zitting van het hof in Leeuwarden een vergoeding van (2 x 3 uur reistijd en 1 uur zittingstijd, is) 7 uur x € 4,54 is € 31,78. Ter zake van de verletkosten zal dus een bedrag van € 36,32 worden toegekend.
12. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nummer [nummer] de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 WAHVPro tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van € 166,- door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 84,32.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Arntz als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.