ECLI:NL:GHLEE:2012:BW2580

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
13 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.095.388
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
  • Dijkstra
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 WAHVArt. 8:71 AwbArt. 14 WAHVArt. 23 WAHVArt. 26a WAHV
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bevoegdheid hoger beroep tegen tussenvonnis kantonrechter in bestuursrechtelijke zaak

In deze bestuursrechtelijke procedure is hoger beroep ingesteld tegen een tussenvonnis van de kantonrechter waarin een spoorwissel naar het civiele recht is gemaakt en de procedure is voortgezet volgens de dagvaardingsregels. De kantonrechter oordeelde dat hij bevoegd was als civiele rechter op grond van een verwijzing van de bestuursrechter.

De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het beroep betrekking heeft op een beschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en dat de kantonrechter als bijzondere bestuursrechter had moeten oordelen. Het hof stelt dat het hoger beroep slechts kan worden ingesteld tegen beslissingen van de kantonrechter in de zin van specifieke artikelen van de WAHV die betrekking hebben op administratieve sancties of verzet tegen tenuitvoerlegging.

Het tussenvonnis van de kantonrechter is geen dergelijke beslissing en kan niet op een lijn worden gesteld met de bedoelde artikelen. Daarom is het hof onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Het verzoek tot vergoeding van kosten wordt afgewezen. Het arrest is gewezen door het hof te Leeuwarden op 13 maart 2012.

Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep en wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Uitspraak

WAHV 200.095.388
13 maart 2012
CJIB 144267445
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen het vonnis
van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem
van 15 september 2011
betreffende
[betrokkene], wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De grondslag van het hoger beroep
De kantonrechter heeft bij het bestreden vonnis bevolen dat de procedure in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure. Hij heeft de zaak daartoe op de civiele rol van 13 oktober 2011 geplaatst en iedere verdere beslissing aangehouden.
Het procesverloop
De gemachtigde van [betrokkene] heeft hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van [betrokkene] heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De gemachtigde van [betrokkene] voert aan dat de kantonrechter ten onrechte een spoorwissel naar het civiele recht maakt en in de hoedanigheid van civiele rechter heeft geoordeeld. Het bij de kantonrechter ingestelde beroep betreft het uitblijven van een dwangsombeschikking en een beslissing op het bezwaar tegen de afwijzing door de CVOM van een verzoek tot schadevergoeding in verband met verleende rechtsbijstand als gevolg van een onterechte verhoging op de voet van artikel 23 van Pro de WAHV. Nu aan het beroep een beschikking als bedoeld in artikel 4 van Pro de WAHV ten grondslag ligt moet de kantonrechter zich als WAHV-rechter, derhalve als bijzondere bestuursrechter, uitlaten over het ingediende beroep. De gemachtigde verzoekt de beslissing van de kantonrechter te vernietigen en de kantonrechter op te dragen alsnog op het beroep te beslissen.
2. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder meer overwogen:
"De kantonrechter is van oordeel, dat de beslissing van de bestuursrechter van 22 juli 2011, waarin Droog erop wordt gewezen dat hij 'zich tot de kantonrechter kan wenden', wel degelijk is aan te merken als een verwijzingsbeslissing, zoals bedoeld in artikel 7.81 (het hof leest 8:71) van de Algemene wet bestuursrecht. Nu de kantonrechter gebonden is aan deze verwijzing is daarmee zijn absolute bevoegdheid als burgerlijke rechter gegeven. (…)"
Vervolgens heeft de kantonrechter overwogen dat de zaak bij dagvaarding had moeten worden aangebracht en heeft hij met toepassing van artikel 69 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bevolen dat de procedure, in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure, de zaak op de civiele rol geplaatst van 13 oktober 2011 te 10.00 uur en iedere verdere beslissing aangehouden.
3. Het hof is bevoegd kennis te nemen van het hoger beroep dat is ingesteld tegen een beslissing van de kantonrechter in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV. Het hoger beroep dient derhalve een beslissing van de kantonrechter met betrekking tot een opgelegde administratieve sanctie, het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel of het verzet tegen een kennisgeving van verhaal te betreffen.
4. Het onderhavige vonnis van de kantonrechter kan niet worden aangemerkt als een beslissing in de zin van de artikelen 14, 26a of 27, zesde lid juncto artikel 26a van de WAHV, noch kan dit daarmee op een lijn worden gesteld. Dat aan het beroep een beschikking als bedoeld in artikel 4 van Pro de WAHV ten grondslag ligt, maakt dat niet anders. Het hof is niet bevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
5. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schuijlenburg, Dijkstra en Beswerda in tegenwoordigheid van mr. Smeitink als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.