ECLI:NL:GHLEE:2012:BW5309
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schadevergoeding tegen beslaglegger en deurwaarder in hoger beroep
In deze zaak vorderde appellante schadevergoeding en afgifte van een auto waarop executoriaal beslag was gelegd door geïntimeerden. De voorzieningenrechter had het beslag opgeheven, maar verklaarde appellante niet-ontvankelijk in haar vordering tegen de deurwaardersvennootschap en wees haar overige vorderingen af.
Appellante stelde in hoger beroep dat het beslag onrechtmatig was en dat de deurwaarder aansprakelijk was voor onzorgvuldig handelen. Het hof oordeelde dat de vennootschap niet bevoegd is tot beslaglegging, maar dat zij wel aansprakelijk kan zijn voor fouten van de deurwaarder. Echter, appellante had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van onverwijlde spoed en causaliteit voor toewijzing van een voorschot op schadevergoeding.
Verder was de auto inmiddels onder gerechtelijke bewaring en was er een nieuw beslag gelegd door een andere schuldeiser. De vordering tot afgifte van de auto was daardoor niet langer toewijsbaar. Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover appellante niet-ontvankelijk werd verklaard en voor de hoogte van de proceskosten, wees de vorderingen alsnog af en begroette de proceskosten conform het liquidatietarief. Appellante werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van appellante tot schadevergoeding en afgifte van de auto zijn afgewezen en zij is veroordeeld in de proceskosten.