ECLI:NL:GHLEE:2012:BW6434
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- K.M. Makkinga
- I. Tubben
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake partijstelling bij overeenkomst van geldlening
In deze zaak stond centraal of [appellante] partij was bij een overeenkomst van geldlening van € 5.000,00 die door [geïntimeerde] werd gevorderd terug te betalen. De lening was overgemaakt op de rekening van [appellante], maar zij stelde dat zij geen partij was bij de overeenkomst. De rechtbank wees de vordering grotendeels toe en stelde vast dat op grond van verklaringen en gedragingen van partijen, waaronder de Haviltex-maatstaf, [appellante] wel degelijk partij was.
In hoger beroep bevestigde het hof deze beoordeling. Het hof nam de feiten en motieven van de rechtbank over en oordeelde dat de grieven van [appellante] falen. Het geschil draaide om de vraag wie partij was bij de leningsovereenkomst, waarbij het hof oordeelde dat het gedrag en de verklaringen van partijen duidelijk maken dat [appellante] partij is.
Het hof veroordeelde [appellante] tot betaling van de proceskosten in hoger beroep en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Daarmee blijft de verplichting van [appellante] tot terugbetaling van de lening en rente in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt [appellante] tot betaling van de lening en proceskosten.