ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7037

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
30 mei 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000108-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging gevangenisstraf en deels toegewezen schadevergoeding in hoger beroep mensenhandelzaak

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Leeuwarden het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad bevestigd. Verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringstoezicht en medewerking aan psychologisch onderzoek en behandeling.

Daarnaast werd de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toegewezen tot een bedrag van €2.999,47 vermeerderd met wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Zowel de verdachte als het Openbaar Ministerie hadden hoger beroep ingesteld, waarbij het OM een hogere straf van 36 maanden gevangenisstraf vorderde.

Het hof heeft de gronden van de rechtbank zorgvuldig onderzocht, inclusief de pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte. Het hof vond geen reden om af te wijken van de strafoplegging en schadevergoeding zoals door de rechtbank vastgesteld. De motivering van de rechtbank werd overgenomen en het vonnis werd ongewijzigd bevestigd.

De uitspraak werd gedaan door mr. J. Dolfing, mr. W. Foppen en mr. J.A.A.M. van Veen, waarbij laatstgenoemde niet in staat was het arrest mede te ondertekenen. De uitspraak vond plaats op 30 mei 2012 na een terechtzitting op 16 mei 2012.

Uitkomst: Bevestiging gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 voorwaardelijk en deels toegewezen schadevergoeding van €2.999,47.

Uitspraak

Gerechtshof Leeuwarden
Sector strafrecht
Parketnummer: 24-000108-12
Uitspraak d.d.: 30 mei 2012
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 3 januari 2012 in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1989,
wonende te [woonplaats], [adres],
thans verblijvende in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen.
Het hoger beroep
De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 mei 2012 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van Pro het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels zal toewijzen tot € 2.999,47 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. H.W. Bongers, naar voren is gebracht.
Het vonnis waarvan beroep
Verdachte is bij voornoemd vonnis ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt dat verdachte zijn medewerking moet verlenen aan een psychologisch onderzoek en een poliklinische behandeling. Daarnaast is de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij deels toegewezen tot een bedrag van € 2.999,47 vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft oplegging van een lagere straf dan opgelegd bepleit, nu van 'professionele mensenhandel' geen sprake is geweest.
Naar het oordeel van het hof heeft de eerste rechter op juiste gronden geoordeeld en op juiste wijze beslist. Het hof ziet in hetgeen door de advocaat-generaal respectievelijk de raadsman is aangevoerd geen aanleiding de op te leggen straf te verhogen respectievelijk te verlagen. Het hof stelt vast dat de rechtbank de door de advocaat-generaal respectievelijk de raadsman genoemde aspecten heeft betrokken bij haar afweging. Het hof acht die afweging juist. Aldus zal het hof niet afwijken van de in het te bevestigen vonnis opgenomen straf. Het vonnis waarvan beroep zal met overneming van die gronden worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Aldus gewezen door
mr. J. Dolfing, voorzitter,
mr. W. Foppen en mr. J.A.A.M. van Veen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J. Brink, griffier,
en op 30 mei 2012 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. J.A.A.M. van Veen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.