ECLI:NL:GHLEE:2012:BW7111
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid De Tapperij voor sponsorovereenkomsten met Groningsche Cricket- en Hockeyclub
De zaak betreft een geschil tussen De Tapperij Groningen B.V. en de Groningsche Cricket- en Hockeyclub (GCHC) over de nakoming van sponsorovereenkomsten. De Tapperij had via haar bestuurder sponsorcontracten gesloten met GCHC, maar stelde zich later op het standpunt dat deze contracten niet rechtsgeldig waren omdat de bestuurder niet bevoegd zou zijn geweest.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de bestuurder van De Tapperij wel bevoegd was om de sponsorovereenkomsten aan te gaan en De Tapperij daardoor gebonden was. De Tapperij stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat er geen geldige volmacht was verleend en dat de contracten niet rechtsgeldig waren.
Het hof overwoog dat uit verklaringen en correspondentie blijkt dat de bestuurder stilzwijgend volmacht had om namens De Tapperij sponsorcontracten te sluiten. Ook was De Tapperij gedurende ruim tweeënhalf jaar na het sluiten van de contracten uitgegaan van de geldigheid daarvan. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
De Tapperij werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. De uitspraak bevestigt dat stilzwijgende volmacht kan leiden tot aansprakelijkheid van een vennootschap voor contracten gesloten door een bestuurder, ook bij bevoegdheidsbeperkingen in de statuten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat De Tapperij gebonden is aan de sponsorovereenkomsten en veroordeelt haar in de proceskosten.