ECLI:NL:GHLEE:2012:BW8759
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Dijkstra
- Vermeer
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring rechtbank Groningen wegens ontbreken economische kamer voor economische delicten
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden geoordeeld dat de economische politierechter in de rechtbank Groningen niet bevoegd was om kennis te nemen van de economische delicten die aan verdachte ten laste zijn gelegd. Dit omdat het bestuur van de rechtbank Groningen ten tijde van de behandeling geen enkelvoudige of meervoudige economische kamers had gevormd, zoals vereist op grond van artikel 38 van Pro de Wet op de economische delicten.
Het hof stelde vast dat het reglement van orde en bestuursreglement van de rechtbank Groningen onvoldoende grondslag boden voor de vorming en bezetting van economische kamers. De president van de rechtbank kon geen schriftelijk besluit overleggen waaruit bleek dat rechters specifiek als lid van economische kamers waren aangewezen. De vermeende automatische aanwijzing van rechters die in de strafsector rouleren werd door het hof niet als toereikend beschouwd.
Het hof benadrukte dat de wetgever bijzondere economische kamers eist vanwege de specifieke deskundigheid die vereist is bij de behandeling van economische delicten. Omdat niet duidelijk was hoe de deskundigheid van de rechter in deze zaak was vastgesteld, werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en de politierechter onbevoegd verklaard om van de economische delicten kennis te nemen.
Het hof deed geen inhoudelijk oordeel over de deskundigheid van de rechter, maar beperkte zich tot de vaststelling dat de vereiste vorming van economische kamers ontbrak. Het vonnis van de rechtbank Groningen werd vernietigd en de zaak zal opnieuw worden behandeld door een bevoegde rechterlijke kamer.
Uitkomst: De politierechter in de rechtbank Groningen is onbevoegd verklaard wegens het ontbreken van een gevormde economische kamer.