ECLI:NL:GHLEE:2012:BW9739
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring en onderhoud van coniferen op erfgrens
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of coniferen op de erfgrens tussen appellante en geïntimeerde verjaard waren en wie verantwoordelijk was voor het onderhoud ervan. Het hof onderscheidde de coniferen in twee groepen: de twee of drie oudste en grootste coniferen direct achter de schuur van geïntimeerde, en de jongere coniferen die later zijn geplant.
Getuigenverklaringen verschilden over de leeftijd en het aantal coniferen, waarbij sommige getuigen stelden dat de oudste coniferen al bij de aanleg van de tuin eind jaren zeventig aanwezig waren, terwijl anderen op basis van ervaring als bloemist een jongere leeftijd schatten. Het hof ging uit van het bestaan van een coniferentuin uit de jaren zeventig en verwierp de jongere leeftijdsinschattingen.
Het hof oordeelde dat het verjaringverweer van appellante niet slaagde voor de jongere coniferen, maar wel voor de oudste coniferen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd voor zover het betrekking had op deze oudste coniferen. Appellante werd veroordeeld tot het snoeien en gesnoeid houden van de jongere coniferen tot een hoogte van twee meter binnen vier weken na betekening, met een dwangsom bij niet-naleving. De overige delen van het vonnis werden bekrachtigd en partijen droegen hun eigen kosten in hoger beroep.
Uitkomst: Appellante wordt veroordeeld tot snoeien van jongere coniferen binnen vier weken, terwijl het vonnis voor de oudste coniferen wordt vernietigd.