ECLI:NL:GHLEE:2012:BX0444

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.093.771
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Besluit proceskosten bestuursrechtBesluit tarieven in strafzakenWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging sanctie wegens psychische ontregeling bij verkeersovertreding

Betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het niet gebruiken van de rijbaan tijdens het besturen van een motorvoertuig. Hoewel betrokkene de gedraging niet betwistte, voerde zijn gemachtigde aan dat een ernstige psychische ontregeling ten tijde van de overtreding zijn verkeersgedrag beïnvloedde, waardoor de verwijtbaarheid ontbreekt.

Het hof stelde vast dat betrokkene in een manisch-psychotische toestand verkeerde, wat leidde tot oordeelsonbekwaamheid en gebrek aan inzicht in zijn gedrag. Dit werd onderbouwd door verklaringen van de behandelend psychiater en eerdere rechterlijke beslissingen. Gezien deze omstandigheden achtte het hof het passend de sanctie te matigen tot nihil.

Daarnaast vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de opgelegde sanctie en verhogingen komen te vervallen. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de reizen van de gemachtigde naar de zittingen.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het meenemen van psychische omstandigheden bij de beoordeling van verwijtbaarheid in bestuursrechtelijke verkeerszaken.

Uitkomst: De administratieve sanctie wordt gematigd tot nihil vanwege de psychische toestand van betrokkene.

Uitspraak

WAHV 200.093.771
24 februari 2012
CJIB 147225998
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Leeuwarden
van 24 augustus 2011
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [gemachtigde], wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden genomen beslissing gegrond verklaard en het beroep overigens ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Daarbij is verzocht om een behandeling ter zitting.
Op 9 januari 2012 zijn aanvullende stukken van de gemachtigde ontvangen. De griffier heeft afschriften daarvan naar de advocaat-generaal gezonden.
De zaak is behandeld ter zitting van 10 februari 2012. De betrokkene is verschenen bij gemachtigde. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr. A. Dijkstra.
Beoordeling
1. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard voor zover dit ziet op de niet-ontvankelijkverklaring en het beroep overigens ongegrond verklaard. De kantonrechter heeft in dat verband overwogen:
"De vertegenwoordigster van de officier van justitie heeft ter zitting meegedeeld dat zij zich kan vinden in de door appellant bedoelde verschoonbaarheid van betreffende termijnoverschrijding in het administratief beroep. De kantonrechter deelt die visie en zal daarom doen wat de officier van justitie in het administratief beroep had behoren te doen, en wel het op inhoudelijke gronden beoordelen van het beroep."
Dit had behoren te leiden tot gegrondverklaring van het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie, vernietiging van die beslissing en tot het ongedaan maken van verhoging van de sanctie. Nu de kantonrechter heeft verzuimd dit in zijn beslissing op te nemen zal het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigen en, nu het hof de beslissing van de kantonrechter omtrent de ontvankelijkheid van het administratieve beroep deelt, met gegrondverklaring van het beroep daartegen, ook de beslissing van de officier van justitie vernietigen.
2. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 90,- opgelegd ter zake van “als bestuurder van een rijdend motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken”, welke gedraging zou zijn verricht op 2 oktober 2010 om 01:17 uur op het Moleneind Zz te Drachten.
3. De gemachtigde heeft niet bestreden dat de betrokkene de gedraging heeft verricht. Hij beroept zich op omstandigheden die de verwijtbaarheid van de gedraging uitsluiten. De betrokkene leed ten tijde van de gedraging aan een ernstige psychische ontregeling die zijn weerslag had op zijn verkeersgedrag. De betrokkene was zich onvoldoende bewust van zijn gedragingen. Er zijn in die periode vele meldingen en aangiftes gedaan bij de politie, en de betrokkene is enkele weken na de onderhavige gedraging gearresteerd. De betrokkene was bekend bij de GGZ door contacten met de crisisdienst, maar politie noch hulpverleners hebben kunnen ingrijpen zolang de schade die hij veroorzaakte dat ingrijpen niet legitimeerde. De betrokkene is uiteindelijk op 8 december 2010 in het kader van een BOPZ-maatregel opgenomen in een kliniek van GGZ Friesland en is op 23 december 2010 onder curatele gesteld. Ter ondersteuning van het beroep heeft de gemachtigde verklaringen overgelegd van de behandelend psychiater van de betrokkene en een beschikking van de kantonrechter van de rechtbank Groningen waarbij een sanctie wegens een verkeersovertreding is gematigd tot nihil.
4. Uit voornoemde verklaringen d.d. 17 augustus 2011 en 25 november 2011 blijkt dat de betrokkene van 8 december 2010 tot 17 maart 2011 in het kader van een BOPZ-maatregel opgenomen is geweest en dat hij in retrospectief in de daaraan voorafgaande periode als manisch-psychotisch is beoordeeld. De betrokkene wordt vanaf 2 september 2010 als oordeelsonbekwaam aangemerkt.
5. Nu niet is bestreden dat de gedraging is verricht en uit het dossier niet anderszins blijkt, stelt het hof vast dat de gedraging is verricht. Het hof verstaat het verweer van de gemachtigde aldus dat de psychische toestand waarin de betrokkene ten tijde van de gedraging verkeerde zijn rijgedrag zodanig heeft beïnvloed dat de gedraging niet aan de betrokkene dient te worden toegerekend.
6. Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van het hof voldoende aannemelijk geworden dat de betrokkene ten tijde van de gedraging in een voortdurende toestand van manisch-psychotische ontremming heeft verkeerd waardoor het hem ontbrak aan inzicht in de aard en de gevolgen van zijn gedrag en waardoor hij zijn gedrag niet aan verkeersregels en - voorschriften heeft kunnen aanpassen. Het hof is daarom van oordeel dat de aangevoerde omstandigheden aanleiding moeten zijn tot matiging van de sanctie tot nihil.
7. Gelet op het hiervoor overwogene zal het hof het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond verklaren en de sanctie matigen tot nihil.
8. Nu de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd bestaat er aanleiding voor vergoeding van de proceskosten van de gemachtigde. Ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht komen voor vergoeding in aanmerking de reiskosten van de gemachtigde in verband met het bijwonen van de zitting in hoger beroep en van de zitting van de kantonrechter. Op grond van artikel 11, eerste lid onder c, van het Besluit proceskosten in strafzaken 2003 zal het hof een vergoeding toekennen voor de reizen per openbaar vervoer van [woonplaats] naar Leeuwarden v.v. en van [woonplaats] naar Heerenveen v.v., te weten € 6,82 + € 9,02 = € 15,84.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
verklaart het beroep tegen de inleidende beslissing gegrond;
bepaalt dat het bedrag van de sanctie op € 0,- wordt gesteld en dat het gehele bedrag van de zekerheidstelling, te weten € 96,- aan de betrokkene wordt gerestitueerd;
bepaalt dat de aan de betrokkene opgelegde eerste verhoging van de sanctie ad € 22,50 door de advocaat-generaal ongedaan wordt gemaakt;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 15,84.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Zomer als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.